Wat is de betekenis van kolf?

2023
2023-02-06
WhatsApp woordenboek

redactie Ensie

KOLF

Kiss on the lips forever

2019
2023-02-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kolf

kolf - Zelfstandignaamwoord 1. een instrument voor het afzuigen en opvangen van moedermelk 2. het kolfspel dat nog in een beperkt aantal plaatsen in met name Noord-Holland gespeeld wordt 3. een slaghout dat gebruikt wordt in het kolfspel 4. (scheikunde) een bolvormig stuk glaswerk met een afgeplatte bodem en een lange hals kolf...

Lees verder
2018
2023-02-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kolf

kolf - zelfstandig naamwoord 1. aar van de maïs met zaden (maïskorrels) ♢ deze kolf van de mais kun je lekker afkluiven 2. zware stok met dik uiteinde, die als wapen gebruikt kan worden ♢ hij sloeg hem met ee...

Lees verder
2017
2023-02-06
Soldaten

Jargon & Slang van Soldaten

Kolf

Kolf - achttien jaar tegen de kolf geklopt: in militaire dienst geweest.

2009
2023-02-06
Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

kolf

(de; kolven) GV 1 - (bij het kolfspel) slaghout met de vorm van een hockeystick, syn. kliek, kolfhout, kolfstok: kolf aan stek, aan (het) stuk, de kolf heeft de paal geraakt; de kolf naar de bal werpen, het spel gewonnen geven, het opgeven. 2 - (bij het kolfspel) onderste, omgebogen uiteinde van het slaghout met daarop de koperen ‘klik’ of ‘kliek’...

Lees verder
1963
2023-02-06
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar

kolf

(de, kolven), (ook:) cacaovrucht, vrucht van de cacaoboom (Theobroma cacao, Cacaofamilie). In het algemeen worden de kolven en het zachte weefsel van het blad door verschillende boosdoeners aangetast. De belagers variëren van kleine cacaomotten tot apen en ratten (DWT10-4-1981).-Etym.: Ook AN, maar in Ned. onbekend. -Zie cacaokolf (syn.).

Lees verder
1955
2023-02-06
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Kolf

(Barg.) mes; kolfhout: stommerik.

1954
2023-02-06
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Kolf

Bloeiwijze, meestal aangeduid als bloeikolf.

1952
2023-02-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kolf

s., kolf; (v. geweer), kôle, kolf; dat is een -je naar mijn hand, dat is aes foar my.

1950
2023-02-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Kolf

v. (kolven), 1. (hist.) aan het einde verdikte zware stok als wapen, soms met ijzeren punten beslagen; 2. het dikke eind van een biljartkeu; 3. slaghout voor het kolfspel; in ’t bijz. het onderste, omgebogen deel daarvan, de koperen ,,klik” waarmede de kolfbal wordt geslagen: kolf aan stek, aan (het) stuk, de kolf heeft de paal...

Lees verder
1949
2023-02-06
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Kolf

(1), bloeiwijze, waarbij de ongesteelde bloemen aan een lange, vlezige hoofdas bevestigd zijn (o.a. bij kalmoes en maïs); (2) het brede ondereinde van een geweer; (3) fles met wijde buik.

Lees verder
1949
2023-02-06
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

kolf

mes.

1947
2023-02-06
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

KOLF

(scheikunde) is een vat, meestal van glas vervaardigd met een vernauwde hals. Al naar de vorm spreekt men van rond- en platbodemkolven. Erlenmeyer-kolven hebben een kegelvorm met vlakke bodem, een Kjeldahl-kolf (z stikstof) heeft een bijzonder lange hals, een fractionneer- of destilleerkolf heeft een zijbuis in de hals, bij een worstkolf voo...

Lees verder
1937
2023-02-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

kolf

V. kolven (1 stok, waarmee de kolfbal wordt geslagen; 2 breed uitlopend ondereinde v. e. geweer; 3 knots, vero.; 4 bloeiwijze; 5 soort v. fles met wijde buik en nauwe hals; zie retort): 1. met de kolf tegen de bal slaan; zegsw. de kolf naar de bal werpen, het opgeven; 2. met de kolf van het geweer sloeg hij hem neer; 3. de poorters gewapend met str...

Lees verder
1933
2023-02-06
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Kolf

1) ondereind v/h geweer; 2) stok, gebruikt b/h → kolven; 3) glazen bol met dunnen hals, v. verschill. vorm, v. scheikundige proeven, destilleeren, enz.

Lees verder
1930
2023-02-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

kolf

v. (kolven; -je) [wsch. ~ Lat. globus, bol] I. Eig. voorwerp met verdikt of bolvormig uiteind nl. 1. wapen bestaande uit een stok met verdikt uiteinde, knots : Hercules→ -. 2. slaghout bij het kolfspel, bestaande uit een stok met een koperen klik van onder, waar men de bal mee raakt : met de tegen de bal slaan. Gez. dat is een -je naar zij...

Lees verder
1914
2023-02-06
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

kolf

kolf - v., (argot), mes; „kolfhout”, o.: stommerik.

1908
2023-02-06
Vivat

Schrijver op Ensie

Kolf

knods, oudtijds veel gebruikt als wapen; ook naam van het hout waarmee in het kolfspel de bal wordt weggeslagen; verder het ondereinde van een schietgeweer. In de scheikunde: flesch met wijden buik en nauwen, omgebogen hals, destilleerflesch. In de plantkunde: aarvormige bloeiwijze met vleezige spil.

Lees verder
1898
2023-02-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kolf

KOLF, v. (kolven), het onderste, eenigszins breed uitloopend gedeelte van een geweer hij stampte met de kolf van het geweer op den grond; — (w. g.) er met de kolven inslaan, (fig.) veel verteren, een losbandig leven leiden; — (oudt.) zeker geweer, ook kolbus en kolfroer geheeten — korte knots, aan het dikke einde gewoonlijk met...

Lees verder
1870
2023-02-06
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Kolf

is de naam van een oorlogswapen der middeneeuwsche ridders en bestond uit een strijdhamer met een langen steel, aan het andere uiteinde tot een haak omgebogen, ten einde den tegenstander daarmede van het paard te rukken, nadat mén hem door een slag met den hamer bedwelmd had. — Omdat men voorts het ondereinde van het schietgeweer bij wijze van stri...

Lees verder