Wat is de betekenis van koepel?

2020
2021-06-24
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

koepel

(1930) (gevangenis) strafgevangenis (met karakteristieke ronde bouw) te Haarlem, Breda en Arnhem. • Uit onze schooljaren herinneren wij ons nog wat idee wij hadden van een gevangenis als wij kwamen langs het groote gebouw met de dikke muren en zware deuren aan de Wilhelminastraat. „de Koepel” zooals Arnhem’s straf gevangenis...

Lees verder
2019
2021-06-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

koepel

koepel - Zelfstandignaamwoord 1. (bouwkunde) een gewelf in de vorm van een halve bol of een halve ellipsoïde Het Pantheon van Rome is één van de oudste koepels. 2. (wiskunde) een ruimtelijke figuur, veelvlak Een vijfhoekige koepel is in de meetkunde een J...

Lees verder
2018
2021-06-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

koepel

koepel - zelfstandig naamwoord uitspraak: koe-pel 1. dak in de vorm van een bol ♢ in de koepel van de gevangenis zijn cellen gemaakt Zelfstandig naamwoord: koe-pel de koepel de koepels...

Lees verder
2002
2021-06-24
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

koepel

Een koepel is een bolvormig gewelf op basis van een cirkel of regelmatige veelhoek.

1990
2021-06-24
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

koepel

koepel - Bouwkundige elementen die meestal lijken op een bol of een deel van een bol, zo gebouwd dat zij naar alle kanten gelijke druk uitoefenen.

1981
2021-06-24
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Koepel

De echte koepel welft zich in de vorm van een halve bol over de binnenruimte van een rondbouw en de valse koepel is op ribben geconstrueerd over een veelhoekige ruimte (in kerken meestal boven de viering). Uitermate fraaie en hoge koepels bouwde men in de periode van de Renaissance (St.Pieterskerk te Rome). Ook de Byzantijnse kerken e...

Lees verder
1973
2021-06-24
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

koepel

m. (s), 1. halfbolvormige overwelving van een gebouw of een deel ervan, met een kringvormig of veelhoekig grondvlak, al of niet steunend op verticaal opgaande wanden of pilaren (e): de van de SintPieterskerk te Rome; (fig.) de — van de blau we lucht; 2. tuinhuisje, al of niet met een gebogen dak; 3. cilindervormige verhoging van de stoom r...

Lees verder
1954
2021-06-24
Groninger Encyclopedie

K. ter Laan

Koepel

tuinhuis van welgestelde Groningers, sommige aan de vestingwal, de rijkere aan de Hereweg. Een is er overgebleven, vlak hij het Viaduct. De ..koepel" van Wijchgelsheim te Schildwolde, 't enige wat er van de borg nog bestaat, dient als woonhuis. Aangekocht door de Gemeente. 1952.

Lees verder
1952
2021-06-24
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Koepel

s., koepel.

1950
2021-06-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Koepel

zie CUPEL.

1933
2021-06-24
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Koepel

1) i/d vorm v/e lialven hoi of een ander omwentelingslichaam op een (meestal groot) gebouw aangebracht dak vooral gebruikelijk v. moskeeën; 2) ook tuinhuisje, tuinkoepel.

Lees verder
1933
2021-06-24
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Koepel

1° (Techn.) Het koepelgewelf ontstaat door wentelen van een kromme lijn om een verticale as. De grondvorm is cirkelvormig, zoodat bij toepassing op een rechthoekig grondplan overgangsvormen in de hoeken moeten worden toegepast (→ Pendentief; Tromp; Stalactiet). Een koepelgewelf geeft zijdruk, die moet worden opgevangen door steunconstructi...

Lees verder
1926
2021-06-24
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Koepel

Een overdekking van een ruimte, meest in den vorm van een hollen halven bol. De koepel heeft door alle eeuwen heen veelvuldige toepassing gevonden zoowel in de gewijde als in de ongewijde bouwkunst, maar slechts daar, waar een statige en voorname indruk moet gewekt worden, dus bij tempels, kerken, paleizen en andere gebouwen van bijzondere beteeken...

Lees verder
1916
2021-06-24
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Koepel

Koepel - zie PANTSERKOEPEL.

1898
2021-06-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Koepel

m. (-s), rond dak, ronde kap: de koepel van de St. Pieterskerk te Rome; — tuinhuisje (al of niet met zulk een dak): de familie zat thee te drinken in den koepel. KOEPELTJE, o. (-s).

Lees verder