Synoniemen van Knul

2019-12-14

Knul

KNUL, m. (-len), lomperd, stumper, lummel: een echte knul is hij, — jongen, jonge man in ’t algemeen: ken jij dien knul?; — zij heeft een knul, een vrijer; — die knul van haar, vent, man; — 't is een goeie knul, een beste kerel.

2019-12-14

knul

knul - zelfstandig naamwoord 1. kind van mannelijk geslacht ♢ wat een lekkere knul is jouw broer toch! Zelfstandig naamwoord: knul de knul de knullen het knulletje Synoniemen boy, jongen, knaap Tegenstellingen griet, meid, meisje, mokkel, wicht

2019-12-14

knul

knul - Zelfstandignaamwoord 1. (informeel) jongen, jongeman Toen de knul opnieuw wilde aanvallen werd hij de school uit gewerkt en door een beveiliger staande gehouden. 2. (verouderd) iemand die sullig en onhandig is

2019-12-14

knul

de man, die het goed (d.b. [de buit]) heeft.