Wat is de betekenis van Knoert?

2024-05-21
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-21
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

knoert

1) (1951) (inf.) als voorvoegsel gebruikt ter versterking: erg, in grote mate. Bijvoorbeeld: knoertdronken, knoertgek. Ook wel: knoeper(d)-. Zie ook: een knoert van een... • Plus twee radio's, die altijd knoerthard aanstaan. (De Nieuwsgier, 26/09/1951) • Deze vent is gek. Hardstikke starnakel knoertgek. (Willy van der Heide: Cnall-effect...

2024-05-21
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

knoert

knoert - Zelfstandignaamwoord 1. iets bijzonder groots en opvallends Wat een knoert van een fout was dat, zeg!

2024-05-21
Verschillende speciale woordenboekjes

Instituut voor de Nederlandse Taal (2019)

Knoert

keihard schot.

2024-05-21
Jargon & Slang van Voetballers

Marc De Coster (2017)

Knoert

Knoert - slang voor een hard schot.

2024-05-21
EK-voetbalwoordenboek

Instituut voor de Nederlandse taal (2008)

knoert

knoert, keihard schot.

2024-05-21
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc de Coster (1998)

Knoert

een - van een gezegd van iets groots in zijn soort. Het WNT citeert Boekenoogen: ‘’t Is ’en knoert van ’en kerel’. Tegenwoordig vooral populair onder jongeren. Knoert bet. in die kringen eveneens ‘geweldig, leuk, fijn’. Ook wordt het woord als voorvoegsel gebruikt, bijv. knoertleuk; knoertgezellig. Vgl. joekel. Hij kocht een knoert van een taart.....

2024-05-21
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans (1977)

knoert

knoert - mannelijk lid; eig. ‘uitspringend gedeelte’ (ENDT).

Wil je toegang tot alle 11 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-05-21
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

knoert

I. m. (en), iets groots in zijn soort: een van een zalm; II. bw., geweldig, bijzonder: — ver velend.