Kniezen
(kniesde, heeft gekniesd), 1. treuren, een knagend verdriet hebben, door hartzeer gekweld worden, zichzelf als ongelukkig beklagen : zij heeft zich dood gekniesd; zij is aan het kniezen geraakt; 2. (gew.) half en half schreien, van kinderen die lastig zijn ; half schreiend om iets dwingen: dat kind kniest de ganse dag; zij kniest...