Knellen
(knelde, heeft gekneld), 1. met sterke druk vatten of gevat houden, stijf drukken (over zekere uitgestrektheid), veelal zó dat daardoor een indruk, een striem ontstaat, klemmen: zich de vinger knellen; knellende banden; een knellende greep ; — (dicht.) boeien: knel hem aan de rots (Da Costa); — in zwak...