Wat is de betekenis van knechten?

2024-05-30
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-30
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

knechten

knechten - Werkwoord 1. (ov) tot dienstbaarheid onderwerpen Tijdens de kolonisatie werd de plaatselijke bevolking vaak in meerdere of mindere mate geknecht of regelrecht tot slavernij gedwongen. knechten - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord knecht...

2024-05-30
Jargon & Slang van Wielrenners

Marc De Coster (2017)

Knechten

Knechten - het knechtenwerk vervullen, dus geen dominerende rol aannemen.

2024-05-30
Wielerwoordenboek

Fons Leroy en Wim van Rooy (2010)

knechten

knechten: als werkwoord betekent het 'hard labeur' leveren voor de kopman; knechtenwerk leveren, waterdrager.

2024-05-30
Groot wielerwoordenboek

Marc de Coster (2009)

knechten

Het knechtenwerk vervullen, dus geen dominerende rol aannemen. Post kan eenvoudig zeggen dat ze het niet maken. Maar krijgen ze wel een eerlijke kans? Ze zitten op de reservebank of ze moeten knechten voor de kopmannen. (NRC Handelsblad, 03/05/1993) Arvesen zag zijn eerste winst in de Tour de France als een beloning voor een middag lang luxe knech...

2024-05-30
Agrarisch Encyclopedie

Veerman (1954)

Knechten

(volksk.) Voor het in gebruik komen van de moderne landbouwmachines had iedere grote boerderij een aantal inwonende k. Op het Hoogeland van Groningen: de grootknecht, de middelste, de derde en de vierde vent. De drie oudsten gingen mee ploegen en eggen (drijven), met de vaste arbeider, die niet mee inwoonde.de k. hadden hun slaapplaats in de kooi a...

2024-05-30
Duits woordenboek (DU-NL)

Dr. H. W. J. Kroes (1951)

Knechten

knechten, onderdrukken.

2024-05-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Knechten

(knechtte, heeft geknecht), tot knecht, tot slaaf of willoos ondergeschikte maken: een volk knechten; ik laat me niet knechten.

Wil je toegang tot alle 12 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-05-30
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

knechten

knechtte, h. geknecht (tot knecht maken; bij uitbr. dienstbaar maken; onderwerpen): een volk knechten; zie geknecht.