Wat is de betekenis van knagen?

2020
2021-04-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

knagen

(2014) (inf.) eten. Syn.: balgen*; ballast* schieten; banken*; bavianen*; beffen*; bekken*; bikken*; blaffen*; boeffen*; iets in zijn botten* lappen; buffelen*; bunkeren*; voor de commissie* trekken; de darm* vullen; dikkedakken*; fritsen*; gaffelen*; gofferen*; hachelen*; happen*; jangen*; de kachel* stoken; kiebauwen*; kiskassen*; zijn kloten* vu...

Lees verder
2019
2021-04-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

knagen

knagen - Werkwoord 1. met de tanden aanvreten Termieten knagen aan alles wat van hout gebouwd is.

Lees verder
2018
2021-04-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

knagen

knagen - regelmatig werkwoord uitspraak: kna-gen 1. ergens kleine stukjes af bijten ♢ de muis heeft aan de kaas geknaagd 2. een aanhoudend vervelend gevoel ergens over hebben ♢ het lukte niet de...

Lees verder
1973
2021-04-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

knagen

(knaagde, heeft geknaagd), 1. (onoverg.) de voorste tanden op en neer laten gaan langs en tevens drukken tegen iets, al of niet om er iets af te halen, m.n. van (knaag)dieren: de ratten knaagden aan het hout; (oneig.) de roest knaagt aan het ijzer, vreet in; 2. (overg.) door knagen doen ontstaan: de muizen hebben een gat in de deur geknaagd; 3. (...

Lees verder
1952
2021-04-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Knagen

v., gnabje, gnauwe, gnodzje, k(j)iffe, k(j)ifje, k(j)ifte; -de insecten (in de grond), (b)iting, fretting, libben guod (it); bederf door -de insecten, fretterij, biterij, gebyt (it).

1950
2021-04-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Knagen

(knaagde, heeft geknaagd;, 1. de voorste tanden op en neer doen gaan langs en tevens drukken tegen een zaak. al of niet om er iets af te halen, inz. van (knaag)dieren : de ratten knaagden aan het hout; de muizen hebben een gat in de deur geknaagd; aan een been, op een korst brood knagen; — (oneig.) de roest knaagt aan het ijzer,...

Lees verder
1898
2021-04-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Knagen

KNAGEN, (knaagde, heeft geknaagd), met de voorste tanden afbijten, inz. van knaagdieren en insecten; de ratten knaagden (aan) het hout; de muizen hebben een gat in de deur geknaagd; de roest knaagt aan het ijzer, vreet in; (fig.) eene aanhoudende en allengs toenemende smartelijke en onaangename gewaarwording veroorzaken: het geweten knaagt aan zij...

Lees verder