2020-01-02

klotenbibber, klotenklapper

zeurkous; onaangenaam persoon; ongemanierde vent. Bij de marine in de betekenis van ‘grote domoor’. Mogelijk van oorsprong soldaten- of marinetaal. De vrouwelijke variant is de kuttenklapper.Als je zo’n gereformeerde kloteklapper op zondag naar de weg vraagt keert-ie je z’n hol toe, want de Heer wil niet dat-ie je een behoorlijk antwoord geeft. (Paul A. Wilking, De roerige wereld van Pistolen Paul, 1968) Zeg, klotebibber de stem van het meisje dat voor het raam had gezete...

2017-03-31

Klotenklapper

Klotenklapper - vervelend persoon. Vgl. klojo. Thans ook jeugdtaal. ... die twee godverdommese klotenklappers... - Ben Laurens, De vreetpatrouille (1987) ‚Äč

2020-01-02

klootzak

misselijk persoon; rotzak. Bij Teirlinck (gewestelijk) ook in de zin van bedrieger en plager. Betekent eigenlijk ‘balzak, scrotum’. In geschriften uit 1644 verwijzen clooten en klootsack ondubbelzinnig naar dit mannelijk lichaamsdeel. De ontwikkeling tot scheldwoord en krachtterm is een vrij recent verschijnsel. Dankzij kroeg, kazerne en voetbaltribune doken er een aantal varianten op: klojo; klojang; kloothommel en klotenklapper. Verwijzingen naar het mannelijk geslachtsdeel (zoal...