Wat is de betekenis van Kleuteren?

2026-10-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Kleuteren

(kleuterde, heeft gekleuterd), (gew., Zuidn.) kloppen,...

2026-10-07
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

kleuteren

(1980) (inf.) kinderachtig zitten leuteren. • Man, sta daar...

2026-10-07
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

kleuteren

Knutselen; kloppen, timmeren; ook: klungelen. Broos zit in...

2026-10-07
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

kleuteren

(kleuterde, heeft gekleuterd) knutselen.