Wat is de betekenis van kletsen?

2020
2021-09-20
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

kletsen

1) (1980+) (wielr.) versnellen, demarreren*. 'Eroverheen kletsen': snel inhalen en wegrijden. • Adri wachtte te lang en ik kletste gelijk over die Bels hhen. (Wielerexpress, 1988) • Er is niemand anders die zo verschrikkelijk mooi de zaak voor Nelissen kan voorbereiden. Gaat de concurrent 65 kilometer per uur rijden? Marc zal 'm uitlache...

Lees verder
2019
2021-09-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kletsen

kletsen - Werkwoord 1. (ov) (ditr) iemand een klets geven, iemand slaan Ze kletste hem een plas ijskoud water in het gezicht. 2. (inerg) praten, babbelen Hij kwam bij me zitten op het terras, en we kletsten wat. kletsen - Zelfstandig...

Lees verder
2018
2021-09-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kletsen

kletsen - regelmatig werkwoord uitspraak: klet-sen 1. gezellig praten over onbelangrijke dingen ♢ ik heb wel een half uur via de telefoon met haar zitten kletsen 2. een geheim doorvertellen ♢ we...

Lees verder
2017
2021-09-20
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Kletsen

Kletsen - versnellen, demarreren. Zie ook wegkletsen. 'Eroverheen kletsen': snel inhalen en wegrijden. Adri wachtte te lang en ik kletste gelijk over die Bels heen. - Wielerexpress 1988 'Erdoorheen kletsen': tussen een aantal renners door naar voren fietsen. ​

Lees verder
2009
2021-09-20
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

kletsen

Versnellen, demarreren. Zie ook: wegkletsen. ‘Eroverheen kletsen’: snel inhalen en wegrijden. Adri wachtte te lang en ik kletste gelijk over die Beis heen. (Wielerexpress, 1988) Want dan kromt Moser - de Italiaan met het leeuwenhart - zijn rug voor De Allesbeslissende Aanval. Of om Knetemann op z’n Knetemann’s te citeren: ‘Hij kletste ineens recht...

Lees verder
2009
2021-09-20
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

kletsen

(onov ww; kletste; h. en is gekletst) - versnellen, demarreren, syn. wegkletsen, uit je hol kletsen: er overheen kletsen, andere renner(s) na een versnelling inhalen, passeren en achterlaten.

1952
2021-09-20
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kletsen

v., kletse; (snappen), kletse, rattelje, klaphout forsjitte; er wordt over hem gekletst, hy is yn ’e bolkoer rekke.

1898
2021-09-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kletsen

KLETSEN, (kletste, heeft gekletst), klappen, slaan (met een klinkend geraas) met de zweep kletsen; — iem. in zijn gezicht kletsen, vlak in zijn gezicht slaan (met de platte hand); — iets in het water kletsen, werpen, smijten; • — hij kletste in het water, viel pardoes in het water; — alles door elkander kletsen, werpe...

Lees verder