Wat is de betekenis van Kleingoed?

2026-02-15
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Kleingoed

o., 1. gebak bestaande uit verschillende kleine koekjes 2. collect. ben. voor kleine exemplaren van enige soort van zaken, b.v. kleine diamanten, klein aardewerk, kleine visjes; — (fig.) de kinderen: het kleingoed moet vroeg naar bed.

Volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden Socrates Universiteit Utrecht HAN

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.
2026-02-15
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

kleingoed

kleinspan.

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.