Wat is de betekenis van Kleef?

2019
2021-01-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kleef

kleef - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kleven ♢ Ik kleef 2. gebiedende wijs van kleven kleef! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kleven kleef je?

Lees verder
2016
2021-01-20
OVnet

Begrippenlijst spoortermen

Kleef

Een kleef is bij heipalen de weerstand die een ingeheide paal aan een volgens de paalas gerichte belasting kan bieden als gevolg van de wrijving en de eventuele adhesie langs de omtrek van de paalschacht. Bij omlaag gerichte belasting vormen de belasting en de puntweerstand van de paal te zamen het draagvermogen. Onder bepaalde omstandigheden kan z...

Lees verder
1981
2021-01-20
Geschiedenis Lexicon

H.W.J. Volmuller (1981)

Kleef

Duits vorstendom, dat 1368 aan de graaf van Mark kwam. 1417 een hertogdom werd en 1521 in een personele Unie met Berg, Ravensberg en → Gulik werd verenigd.Toen 1609 de hertogen in mannelijke linie uitstierven begon de Kleefse Successieoorlog. In 1795 ontnamen de Fransen Kleef ten westen van de Rijn aan Pruisen en 1805 tevens dat ten oosten van...

Lees verder
1973
2021-01-20
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

kleef

m., 1. het kleven; adhesie; op — heien, de heipalen tot een bepaalde diepte inslaan, maar niet zo ver tot ze stuiten; 2. (gemeenz.) kleefstof.

1950
2021-01-20
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Kleef

I. m., 1. het kleven; — adhaesie; 2. in de uitdr. hij is van kleef, hij schuift niet veel af, is gierig ; vgl. Geef; II. v., 1. (gemeenz.) kleefstof; 2. (ook kleefte) gew. ben. voor het kleefkruid.

Lees verder
1949
2021-01-20
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Kleef

stad bij Ned. grens, vroeger hoofdstad van gelijknamig hertogdom aan de spoorlijn Nijmegen-Keulen, vóór W.O. II ca 21.000 inw. Staalbronnen, bezienswaardige kerken w.o. hoofdkerk met grafkelders van de graven en hertogen van K.

Lees verder
1933
2021-01-20
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Kleef

Stad aan de Duitsch-Ned. grens aan de spoorlijn Nijmegen— Krefeld; ruim 21000 inw., waarvan 86 % Kath. en 13 % Prot. Vroegere hoofdstad van het gelijknamige hertogdom. Ligt in een boschrijke omgeving en is een badplaats met staalbronnen. Bezienswaardigheden zijn de Schwanenburg, de Stiftskirche (1345) en het Prinzenhof (1664). Comijn Verdrag...

Lees verder
1916
2021-01-20
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Kleef

Kleef - Duitsch Kleve of Cleve; 20.000 inw., in Pruisen ten O. van Nijmegen, aan het riviertje Kermisdal (een overblijfsel van een Rijnarm) ; is gebouwd op drie heuvelen (Kirch-, Schloss- en Heideberg), omgeven door fraaie parken (Tiergarten, Reichswald, dat tot over de Holl. grens zich uitstrekt). In het midden der stad op een steile hoogte het vo...

Lees verder
1898
2021-01-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kleef

Het begrip kleef heeft 2 verschillende betekenissen: 1. kleef - KLEEF, KLEEFTE, v. (gew.) (plantk.) kleefkruid. 2. kleef - KLEEF, m. hij is van kleef enz. gierig, hij geeft niet gauw zijn geld uit.

Lees verder