Wat is de betekenis van klaverjassen?

2022
2023-02-02
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster

klaverjassen

(2016) (euf.) uitnodiging tot seks. Vgl. kom je mijn postzegelverzameling* bekijken? • ‘Ik wil met jou wel eens een potje klaverjassen’ of ‘ga je mee zwikken?’ is een bekende openingszin waarmee men een vrouw of man probeert te versieren. Een ludieke aanduiding voor de uit een dergelijke uitnodiging voortvloeiende seksu...

Lees verder
2019
2023-02-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

klaverjassen

klaverjassen - Werkwoord 1. (inerg) (kaartspel) een kaartspel spelen met twee paren tegenstanders, waarbij slagen met troef en roem gemaakt worden Er werd die avond gezellig geklaverjast. Woordherkomst samenstelling van klaver en jassen

Lees verder
1991
2023-02-02
Encyclopedie van de Zaanstreek

Zaanse encyclopedie (1991)

Klaverjassen

Kaartspel, in de Zaanstreek na de Tweede Wereldoorlog in verenigingen beoefend. Thans (1990) klaverjassen er naar schatting zo’n 1500 mensen in verenigingsverband, maar het spel wordt vooral ongeorganiseerd thuis, in kantines e.d. gespeeld. Het kaartspel klaverjassen is vermoedelijk aan het einde van de 19e eeuw ontstaan. Na de oorlog, toen e...

Lees verder
1973
2023-02-02
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

klaverjassen

(klaverjaste, heeft geklaverjast), een soort van kaartspel (van die naam) spelen, een variant van kruisjassen. (e) Klaverjassen is waarschijnlijk in de 18e eeuw in de Nederlanden uit het →piketspel ontstaan. Er zijn vele clubs, echter zonder overkoepelende organisatie; algemene spelregels ontbreken. Men speelt met twee paren, een spel van 32 k...

Lees verder
1952
2023-02-02
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Klaverjassen

v., klaverjasse.

1930
2023-02-02
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

klaverjassen

(klaverjaste, heeft geklaverjast) het klaverjasspel spelen.

1898
2023-02-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Klaverjassen

KLAVERJASSEN, (klaverjaste, heeft geklaverjast), eene soort van kaartspel (van dien naam) spelen; — (fig.) stoeien (op het gras).

Lees verder