Wat is de betekenis van klap?

2020
2021-07-27
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

klap

(2019) (< Eng. sl. the clap) (inf.) geslachtsziekte, ghonorroe. • Zambiaanse kerels vinden zo’n droge poes dus lekker maar omdat ze bijna allemaal geteisterd worden door sief, Spaanse kraag, de klap en wat dies meer zij, wordt het virus nóg sneller verspreid. (Rob Hoogland & Arthur van Amerongen: Het grote foute jongensboe...

Lees verder
2019
2021-07-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

klap

klap - Zelfstandignaamwoord 1. plotselinge, luidruchtige slag De oude vaas viel met een luide klap in duizend stukken op de vloer uiteen. 2. een bestraffing door slagen met de open hand Hij heeft vroeger veel klappen gehad. klap - We...

Lees verder
2018
2021-07-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

klap

klap - zelfstandig naamwoord 1. geluid van iets hards dat valt of botst ♢ met een harde klap reed de auto tegen de muur 1. als klap op de vuurpijl [als hoogtepunt] 2. de eerste...

Lees verder
1997
2021-07-27
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

klap

zie pomp.

1952
2021-07-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Klap

s., klap, klets, slach, trewinkel, bats, opkiper, reis, (op)lawibus; eenom de oren, in lap, slach oan ’e earen; — met de vlakke hand, flik; een geven met de vlakke hand, flikke.

1950
2021-07-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Klap

m. (-pen), 1. naam van het geluid van iets dat barst of ontploft: toen hij het vuurwerk aanstak, gaf het een geduchte klap ; — (zegsw.) dat is de klap op de vuurpijl, het alles bekronende slot, de kroon op het werk; het hoogste effect; 2. het geluid van iets dat op of tegen iets anders aan slaat: hij sloeg het boek met een k...

Lees verder
1898
2021-07-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Klap

Het begrip klap heeft 3 verschillende betekenissen: 1. klap - KLAP, m. (-pen), klinkende slag een klap met de zweep; — slag in het algemeen toen hij het aanstak, gaf het een geduchten klap; een klap om de ooren; — het regende klappen, er vielen vee] klappen, er werden veel klappen uitgedeeld; — «en klap in ’t gezich...

Lees verder