Wat is de betekenis van klampen?

2019
2021-07-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

klampen

klampen - Werkwoord 1. (ov) met een klamp vastmaken of verbinden klampen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord klamp Woordherkomst afgeleid van klamp met het achtervoegsel -en

Lees verder
2018
2021-07-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

klampen

klampen - regelmatig werkwoord uitspraak: klam-pen 1. stevig vasthouden ♢ hij klampte zich vast aan zijn moeder Regelmatig werkwoord: klam-pen ik klamp jij/u klampt ...

Lees verder
2017
2021-07-29
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Klampen

Het oprollen van het zeil en vastzetten achter de zeilklampen of slingerklampen.

2010
2021-07-29
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

klampen

klampen: blijven hangen; aanklampen.

1973
2021-07-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

klampen

(klampte, heeft geklampt), 1. een klamp op iets slaan of metselen; iets met een klamp versterken; een mast —, schalen; 2. (een schip) aan boord —, zich met zijn schip eraan vast leggen (om het te enteren); (fig.) iemand aan boord —, aanschieten.

Lees verder
1952
2021-07-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Klampen

v., klampe.

1950
2021-07-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Klampen

(klampte, heeft geklampt), 1. een klamp op iets slaan of metselen; iets met een klamp versterken ; — (zeew.) een mast klampen, schalen; 2. (een schip) aan boord klampen, zich met zijn schip er aan vast leggen (om het te enteren); (fig.) iem. aan boord klampen, hem op de weg aanspreken, staande houden (vaak om steun of h...

Lees verder
1900
2021-07-29
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

klampen

Houten kiel, bijv. bevestigd achter de roeden of aan de staart.

1898
2021-07-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Klampen

KLAMPEN, (klampte, heeft geklampt), een klamp op iets slaan of metselen; — iets met een klamp versterken (zeew.) een mast klampen, schalen; — aan boord klampen, enteren; (flg.) iem. aan boord klampen, iem. op den weg aanspreken, staande houden, (vaak om geld te leenen of om steun en hulp te zoeken; ook hem om betaling enz. aanmanen);...

Lees verder