Klam
bn. bw. (-mer, -st), vochtig aanvoelend en enigszins plakkend; gezegd van zaken die van nature droog zijn, maar waar tegen zich vocht heeft vastgezet of waaruit het opkomt: de muur is klam, voelt klam aan ; het goed is nog klam; — in ’t bijz. van de door zweet vochtige huid : klamme handen; het klamme voorhoofd; vand. meto...