Wat is de betekenis van Klak?

2026-01-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Klak

I.m. (-ken), (Zuidn.) 1. klakkend, klappend, kletsend geluid: het gaf een harde klak; 2. slag, klap, mep : hij kreeg een klak in zijn gezicht. II. v. (-ken), 1. (gew.) klodder, kwak: een klak modder; 2. vlek, inktmop ; 3. (Zuidn.) overschot, kliekje: een klak bier; — (Zuidn.) klikken (of klieken...

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-24
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

klak

klak - Zelfstandignaamwoord 1. klikkend geluid, lager klinkend en langer durend dan een tik Cicaden maken lawaai met de twee trommelorgaantjes aan de zijkant van hun lijf. Zo’n orgaan is een vlies met stijve ribben die ‘klak’ zeggen als de cicade ze ombuigt. Net als een metalen klakplaatje....