Wat is de betekenis van kiezen?

2019
2020-11-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kiezen

kiezen - Werkwoord 1. (ov) uit meerdere mogelijkheden één nemen Hij koos uiteindelijk toch de rode rozen. kiezen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kies Uitdrukkingen en gezegden ♦ kiezen voor ...

Lees verder
2018
2020-11-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kiezen

kiezen - onregelmatig werkwoord uitspraak: kie-zen 1. iets uitzoeken uit een verzameling ♢ je moet binnenkort een beroep kiezen 1. hij heeft partij gekozen voor zijn vrouw [hij zegt dat hij het met...

Lees verder
2010
2020-11-30
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

kiezen

De grote gebitselementen achter in je mond. Met tanden hap je eten af. Met kiezen maal je het daarna fijn. Daarom hebben kiezen knobbels bovenop. Kijk ook bij gebit, tanden.

Lees verder
1990
2020-11-30
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

kiezen

kiezen - Het uiten van een mening of een keuze in een bepaalde zaak door middel van een specifieke methode, bijvoorbeeld met briefjes of door handopsteking, in een groep van meerdere stemmers.

1981
2020-11-30
Lexicon der Natuurgeneeskunde

Vraagbaak voor het moderne gezin (Uitgave Milinda Uitgevers, 1981)

Kiezen

zie Gebit.

1973
2020-11-30
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

kiezen

(koos, heeft gekozen), (overg.) 1. bij een gegeven aantal mogelijkheden zich tot één daarvan bepalen, een keus doen: welke wil je hebben? je mag –; moeten – of delen, zich moeten bepalen bij het één of het ander (meestal op straffe van sanctie); als object treedt op datgene ten gunste waarvan men beslist: een...

Lees verder
1939
2020-11-30
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Kiezen

Even een rood potlood vasthouden.

1898
2020-11-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kiezen

KIEZEN, (koos, heeft gekozen), uit twee of meer personen of zaken aan één de voorkeur geven gij hebt het beste deel gekozen; — partij kiezen, een besluit nemen, zich vóór den een en tegen den ander verklaren; — de vlucht, het hazenpad kiezen, vluchten; — (zeew.) zee kiezen, uitzeilen; het ruime sop ki...

Lees verder