Wat is de betekenis van Keus?

2018
2021-01-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

keus

keus - zelfstandig naamwoord 1. dat je iets of iemand uitzoekt uit een verzameling ♢ hij maakte een keus 2. verzameling waaruit je kunt kiezen ♢ ze hebben veel keus in die winkel Zelfstandig naamwo...

Lees verder
1950
2021-01-17
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Keus

KEUZE, v. (keuzen), 1. het kiezen, de daad van kiezen: u blijft natuurlijk geheel vrij in uw keus; naar eigen keuze; zijn keus vestigen op, laten vallen op, het genoemde kiezen; — uit iets een keus moeten doen, moeten kiezen; — een goede keus doen, juist kiezen; — een moeilijke, een (on)gelukkige keu...

Lees verder
1898
2021-01-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Keus

KEUS, KEUZE, v. (keuzen), verkiezing, de daad van het kiezen gij blijft natuurlijk geheel vrij in uwe keus; zijne keus vestigen op, laten vallen op; iem. de keus laten, iem. zelf laten kiezen; — uit iets eene keus moeten doen, moeten kiezen; — eene goede keus doen, juist kiezen; — naar keuze, naar verkiezing; — handel naa...

Lees verder