Keurig
bn. bw. (-er, -st), 1. keur uitoefenend, niet het eerste het beste nemend of daarmee tevreden, steeds het beste zoekend: een keurig schrijver; een keurig liefhebber; (overdr.) een keurige smaak; zijn keurig penseel; — keurig op iets zijn, nauwnemend, kieskeurig; 2. zorg bestedend aan uiterlijke netheid en aan goed...