Wat is de betekenis van keurig?

2019
2021-01-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

keurig

keurig - Bijvoeglijk naamwoord 1. erg netjes en beleefd De keurige jongen was niet op een scheldwoord te betrappen. Woordherkomst afgeleid van keur met het achtervoegsel -ig Antoniemen brutaal, lomp, onbeschoft, ongemanierd

Lees verder
2018
2021-01-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

keurig

keurig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: keu-rig 1. met goede manieren, zoals het hoort ♢ de kinderen hebben zich keurig gedragen 2. zeer goed ♢ dat heb je keurig gedaan hoor! ...

Lees verder
1950
2021-01-20
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Keurig

bn. bw. (-er, -st), 1. keur uitoefenend, niet het eerste het beste nemend of daarmee tevreden, steeds het beste zoekend: een keurig schrijver; een keurig liefhebber; (overdr.) een keurige smaak; zijn keurig penseel; — keurig op iets zijn, nauwnemend, kieskeurig; 2. zorg bestedend aan uiterlijke netheid en aan goed...

Lees verder
1898
2021-01-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Keurig

KEURIG, bn. bw. (-er, -st), uitgelezen, fijn, schoon eene keurige spijs; een keurig hoedje; zij is altijd keurig gekleed; dat is keurig geschreven; — kiesch, moeilijk te bevredigen hij valt nogal keurig; hij is erg keurig op zijn eten. KEURIGHEID, v. uitmuntendheid, fraaiheid; (ook) zeer ver gedreven voorzichtigheid, alvorens iets schoon te v...

Lees verder
1898
2021-01-20
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Keurig

zie Aangenaam.