Wat is de betekenis van Kerkgenootschap?

2019
2021-01-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kerkgenootschap

kerkgenootschap - Zelfstandignaamwoord 1. (religie) een zelfstandige organisatie die een kerk of godsdienstige gemeenschap vertegenwoordigt Woordherkomst samenstelling van kerk en genootschap

Lees verder
2018
2021-01-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kerkgenootschap

kerkgenootschap - zelfstandig naamwoord uitspraak: kerk-ge-noot-schap 1. vereniging van degenen die bij dezelfde kerk horen ♢ in Nederland hebben we een protestants kerkgenootschap Zelfstandig naamwoord: kerk-ge-noot-schap ...

Lees verder
2017
2021-01-20
Kadaster

Woordenboek van het Kadaster.

Kerkgenootschap

Een Kerkgenootschap is een rechtspersoon welke zich de gemeenschappelijke godsverering harer leden, op de grondslag van gemeenschappelijke godsdienstige opvattingen, ten doel stelt

1973
2021-01-20
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

kerkgenootschap

o. (-pen), vereniging van al diegenen die tot een zelfde godsdienstige gemeenschap behoren, kerkelijke gezindte (als organisatie). (e) Kerkgenootschap is een juridisch begrip in de Ned. GW (sinds 1848) ter regeling van de rechtspositie van de kerken. Een kerk kan zich door aanmelding bij het ministerie van Justitie op een lijst laten plaatsen, die...

Lees verder
1955
2021-01-20
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

KERKGENOOTSCHAP

is sinds de Grondwet van 1848 de in Nederland gebruikelijke juridische aanduiding voor de gemeenschap van al degenen, die binnen de landsgrenzen eenzelfde religieuze confessie toebehoren. Art. 182 luidt hier: „Aan alle Kerkgenootschappen in het Rijk wordt gelijke bescherming verleend”, waardoor indirect de rechtspersoonlijkheid der kerk...

Lees verder
1950
2021-01-20
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Kerkgenootschap

o. (-pen), vereniging van al degenen die tot een zelfde godsdienstige gemeenschap behoren, gezindte (als organisatie).

1933
2021-01-20
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Kerkgenootschap

Godsdienstige gemeenschap. Volgens Ned. staatsrechtelijke opvatting nemen de kerkgenootschappen (voor wat betreft de Kath. Kerk worden als zoodanig beschouwd de parochies) als burgerrechtelijke zedelijke lichamen naar art. 1690 B. W. deel aan het rechtsverkeer. Bij de wet van 10 Sept. 1853 (Stbl. 102) is eenig toezicht op de k. ingesteld. Deze wet...

Lees verder
1926
2021-01-20
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Kerkgenootschap

Het woord kerkgenootschap duidt de kerk aan als een soort genootschap of vereeniging, waarvan de plaatselijke gemeenten de samenstellende afdeelingen of leden zijn en waartoe men door vrijwillige keuze als lid toetreedt. De woorden kerk en gemeente waren vanaf de vestiging van het Christendom in ons land reeds in gebruik. Kerkgenootschap kwam er ee...

Lees verder