Synoniemen van Kerk

2020-02-29

Kerk

Een kerk is het gebedshuis van het Christendom. Vaak bestaat een kerk uit een toren en een schip. Het schip van een kerk is de langgerekte ruimte waarin de kerkdiensten zoals een huwelijk, een begrafenis, een doopsel of de wekelijkse zondagsdienst plaatsvinden. De toren van de kerk heeft meerdere functies. Zo moest hij vooral in het verleden de stad en de kerk zelf aanzien geven. De regel is hoe hoger de toren, des te meer aanzien hij verwerft. Daarnaast had de toren ook een militaire functie...

2020-02-29

Kerk

Gebouw waarin christenen bij elkaar komen om te bidden.

2020-02-29

Kerk

Kerk - voorkajuit, door een schot gescheiden van de eigenlijke kajuit. Zo genoemd omdat er vroeger kerk werd gehouden.

2020-02-29

Kerk

ben je in de - geboren? je gulp staat open (syn. de Franse kerk staat open), maar ook gezegd tegen iemand die de deur niet achter zich sluit. Cliché.

2020-02-29

kerk

kerk - Zelfstandignaamwoord 1. (religie) openbaar gebouw voor religieuze handelingen of samenkomsten 2. (religie) religieuze stroming 3. (religie) georganiseerde groep die bepaalde religieuze, m.n. christelijke, standpunten aanhangt (bijv. Katholieke Kerk, Gereformeerde Kerk etc.) 4. (religie) (in engere zin) gemeenschap van alle christenen Woordherkomst Van Grieks kuriakos (van de Heer), van Grieks kurios (heer). Synoniemen 2 geestelijkheid, clerus ke...

2020-02-29

kerk

kerk - zelfstandig naamwoord 1. gebouw waar gelovigen bij elkaar komen ♢ zij gaat elke zondag naar de kerk 1. de kogel is door de kerk [de beslissing is gevallen] 2. voor het zingen de kerk uitgaan [voor de zaadlozing terugtrekken] 2. groep mensen met he...

2020-02-29

Kerk

KERK, v. (-en), gebouw aan den Christelijken eeredienst gewijd: eene Gothische kerk, kruis-, koepelkerk; het schip, het koor der kerk; hij ligt in de kerk begraven; — (spr.) de kogel is door de kerk, er is niets aan te doen; — de kerk in ’t midden (van het dorp) laten, weten te geven en te nemen, niet star op zijn stuk blijven staan; (ook) ieders belangen evenals de zijne goed weten te behartigen — de kerk op den toren zetten, eene zaak verkeerd aanpakken — je bent hier niet in de kerk...

2020-02-29

Kerk

Kerk, - waarschijnlijk afgeleid van het Grieksche woord Kyriakè: wat van den Heer is, n.l. oikia, huis, dus: huis des Heeren, en dit in toepassing op de Christelijke gemeente, die zoo genoemd werd. In verloop van tijd en in verschillend verband is het woord k. zeer verschillend opgevat. Soms als eenheid, die alle geloovigen op de aarde en in den hemel (voor de R.-K. opvatting ook in het vagevuur) omvat, soms als veelheid van groepen van geloovigen volgens landelijke, plaatselijke of parochiale...

2020-02-29

Kerk

Kerk. Dit woord, hetwelk met het Christendom bij nagenoeg alle Germaansche volken — met uitzondering van de Gothen — het burgerregt verkregen heeft, schijnt oorspronkelijk eene verbastering te wezen van het Grieksche Kvqiaxóv, maar wordt, wat zijne beteekenis aangaat, in denzelfden zin gebezigd als het Grieksche ixxkyoia en het Latijnsche ecclesia. Dit laatste beduidt eene Christelijke gemeente en kwam bij de Christenen uit de Heidenen in gebruik in plaats van het woord synagoge (ovvayayrj...

2020-02-29

kerk

kerk - Instellingen die openbare christelijke gebedshuizen beheren.

2020-02-29

Kerk

In de eerste plaats denkt in onze dagen bij het horen van dit woord een ieder wel aan de gebouwen, grote en kleine, eenvoudige en fraaie, die door de eeuwen heen in ons werelddeel meer nog dan het centrum, het hart, gevormd hebben van dorpen en steden. Dat kwam, omdat de kerk een centrale plaats innam in het hart der gelovigen. In de kerk werden de jonge kinderen gedoopt, ontvingen later onderwijs in de christelijke leer; deden, ouder geworden, belijdenis des geloofs, trouwden en werden er opgeb...

2020-02-29

Kerk

I. Als kerkgebouw. A) Bouwkundige ontwikkeling. Naar heidensche opvatting was de tempel uitsluitend Gods woning. In Prot. opvatting was hij bestemd voor de geloovigen bij den Woord-Godsdienst; vandaar veelal een centraalbouw met preekstoel als middelpunt, uitgezonderd daar, waar men min of meer vasthield aan het Kath. ritueel (o.a. in de High Church en de moderne liturgische richting in het Protestantisme). In het Katholicisme is het kerkgebouw zoowel Godshuis als menschenwoning, met de Christ...

2020-02-29

Kerk

Voor een duidelijke behandeling van dit omvangrijke onderwerp is het noodzakelijk, dat deze stof in enkele deelen of paragrafen gesplitst wordt. § 1 Eerst spreken we over het wezen der kerk, en dit wezen van de kerk is alleen te verstaan, wanneer we nagaan onder welke namen de kerk in de Heilige Schrift voorkomt. In het Oude Testament vinden we twee woorden, die eenigszins de beteekenis van ons woord kerk weergeven. Het eene woord (het Hebreeuwsche mp) wordt in onze vertaling weergegeven do...

2020-02-29

KERK

(van Gr.: kuriakè (oikia), huis des Heren) Betekent allereerst het kerkgebouw; vervolgens de gemeenschap der gelovigen, die in de Schrift ook wordt gezien als een bouwsel door God zelf opgetrokken en voor zijn dienst bestemd. Het woord kan men echter in het geldend spraakgebruik zonder meer opvatten als weergave van ekklèsia (de te zamen geroepen volksmenigte of volksvergadering), in de Septuagint de vertaling van qahal, dat in eerste instantie duidt op de vergadering van het (jood...

2020-02-29

KERK

De K. had (en heeft in sommige streken) in het Fr. dorpsleven een grote plaats: ‘Tsjerke toen er moatte midden yn it doarp bliuwe’ (K. en toren moeten middenin het dorp blijven, recht en billijkheid moeten er zijn, voor overdrijving moet men zich hoeden). De K. bewaarde de orde en sprak van de eeuwige dingen. Door de kerkespraak had ze een belangrijke sociale positie (zie Zwarte borden). Het grote aantal K.en in Frl. viel reeds vroeg op (zie Bouwkunst). Maar de jongeman, die een bla...