Wat is de betekenis van Kerk?

2021
2021-01-20
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Kerk

Een kerk is het gebedshuis van het Christendom. Vaak bestaat een kerk uit een toren en een schip. Het schip van een kerk is de langgerekte ruimte waarin de kerkdiensten zoals een huwelijk, een begrafenis, een doopsel of de wekelijkse zondagsdienst plaatsvinden. De toren van de kerk heeft meerdere functies. Zo moest hij vooral in het verleden de...

Lees verder
2020
2021-01-20
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

kerk

Het begrip kerk heeft 4 verschillende betekenissen: 1) kerkgebouw. gebouw dat bestemd is voor de christelijke eredienst; kerkgebouw. In de officiële naam van een kerk met hoofdletter geschreven. 2) gemeenschap van alle christenen. de gemeenschap van alle christenen van de wereld; de christelijke kerk; kruiskerk. Als so...

Lees verder
2020
2021-01-20
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

kerk

(2007) (jeugd) geweldig, goed, te gek. Bedacht door de Nederlandse rapformatie de Jeugd van Tegenwoordig. • kerk: heel erg leuk. (Prisma miniwoordenboek Drop je lyrics' 2. 2007) • Ook heeft het trio weer wat nieuw idioom aan hun woordenboek toegevoegd. Favoriet zijn de woorden ‘kerk’ en ‘applaus’. Wartaal: ‘...

Lees verder
2019
2021-01-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kerk

kerk - Zelfstandignaamwoord 1. (religie) openbaar gebouw voor religieuze handelingen of samenkomsten 2. (religie) religieuze stroming 3. (religie) georganiseerde groep die bepaalde religieuze, m.n. christelijke, standpunten aanhangt (bijv. Katholieke Kerk, Gereformeerde Kerk etc.) 4. (religie) (in engere zin) gemeenschap van alle chri...

Lees verder
2018
2021-01-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kerk

kerk - zelfstandig naamwoord 1. gebouw waar gelovigen bij elkaar komen ♢ zij gaat elke zondag naar de kerk 1. de kogel is door de kerk [de beslissing is gevallen] 2. voor het zi...

Lees verder
2017
2021-01-20
Matrozen en mariniers

Jargon & Slang van Matrozen en mariniers

Kerk

Kerk - voorkajuit, door een schot gescheiden van de eigenlijke kajuit. Zo genoemd omdat er vroeger kerk werd gehouden.

2004
2021-01-20
lesmethode Memo

Geschiedenisles voor bovenbouw

Kerk

Gebouw waarin christenen bij elkaar komen om te bidden.

1998
2021-01-20
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Kerk

ben je in de - geboren? je gulp staat open (syn. de Franse kerk staat open), maar ook gezegd tegen iemand die de deur niet achter zich sluit. Cliché.

Lees verder
1990
2021-01-20
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

kerk

kerk - Instellingen die openbare christelijke gebedshuizen beheren.

1973
2021-01-20
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

kerk

[→Gr. kyriakos, wat de Kyrios, de heer (Jezus Christus) toebehoort], v./m. (-en), 1. gebouw aan de openbare christelijke eredienst gewijd: deze is in de 15e eeuw gebouwd; kruis-, koepel-; het koor van de -; hij ligt in de begraven; r.k. kerken worden genoemd naar een heilige of een voorwerp van verering: Sint-Pieterskerk; van het H. Hart; aang...

Lees verder
1958
2021-01-20
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

KERK

De K. had (en heeft in sommige streken) in het Fr. dorpsleven een grote plaats: ‘Tsjerke toen er moatte midden yn it doarp bliuwe’ (K. en toren moeten middenin het dorp blijven, recht en billijkheid moeten er zijn, voor overdrijving moet men zich hoeden). De K. bewaarde de orde en sprak van de eeuwige dingen. Door de kerkespraak had ze...

Lees verder
1955
2021-01-20
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

KERK

(van Gr.: kuriakè (oikia), huis des Heren) Betekent allereerst het kerkgebouw; vervolgens de gemeenschap der gelovigen, die in de Schrift ook wordt gezien als een bouwsel door God zelf opgetrokken en voor zijn dienst bestemd. Het woord kan men echter in het geldend spraakgebruik zonder meer opvatten als weergave van ekklèsia (de te za...

Lees verder
1950
2021-01-20
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Kerk

v. (-en), 1. gebouw aan de openbare Christelijke eredienst gewijd: deze kerk is in de 15de eeuw gebouwd; een Gothische kerk; vgl. kruis-, koepelkerk; het schip, het koor der kerk; hij ligt in de kerk begraven; (R.-K.) genoemd naar een heilige of een voorwerp van verering: St.-Pieterskerk ; Kerk van het E. Hart; &m...

Lees verder
1949
2021-01-20
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Kerk

(Gr. kuriakon, huis des Heren). Naar algemeen Chr. geloof is de K. de schepping van de H. Geest, met als wezenskenmerken eenheid, heiligheid, apostoliciteit en algemeenheid of katholiciteit. Volgens R.K. opvatting is de K. het éne heilsinstituut, waarvan geldt „extra ecclesiam nulla salus”, buiten de K. geen zaligheid. Het Protes...

Lees verder
1933
2021-01-20
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Kerk

I. Als kerkgebouw. A) Bouwkundige ontwikkeling. Naar heidensche opvatting was de tempel uitsluitend Gods woning. In Prot. opvatting was hij bestemd voor de geloovigen bij den Woord-Godsdienst; vandaar veelal een centraalbouw met preekstoel als middelpunt, uitgezonderd daar, waar men min of meer vasthield aan het Kath. ritueel (o.a. in de High Chu...

Lees verder
1928
2021-01-20
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Kerk

In de eerste plaats denkt in onze dagen bij het horen van dit woord een ieder wel aan de gebouwen, grote en kleine, eenvoudige en fraaie, die door de eeuwen heen in ons werelddeel meer nog dan het centrum, het hart, gevormd hebben van dorpen en steden. Dat kwam, omdat de kerk een centrale plaats innam in het hart der gelovigen. In de kerk werden de...

Lees verder
1926
2021-01-20
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Kerk

Voor een duidelijke behandeling van dit omvangrijke onderwerp is het noodzakelijk, dat deze stof in enkele deelen of paragrafen gesplitst wordt. § 1 Eerst spreken we over het wezen der kerk, en dit wezen van de kerk is alleen te verstaan, wanneer we nagaan onder welke namen de kerk in de Heilige Schrift voorkomt. In het Oude Testament vinden w...

Lees verder
1916
2021-01-20
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Kerk

Kerk, - waarschijnlijk afgeleid van het Grieksche woord Kyriakè: wat van den Heer is, n.l. oikia, huis, dus: huis des Heeren, en dit in toepassing op de Christelijke gemeente, die zoo genoemd werd. In verloop van tijd en in verschillend verband is het woord k. zeer verschillend opgevat. Soms als eenheid, die alle geloovigen op de aarde en in den he...

Lees verder
1898
2021-01-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kerk

KERK, v. (-en), gebouw aan den Christelijken eeredienst gewijd: eene Gothische kerk, kruis-, koepelkerk; het schip, het koor der kerk; hij ligt in de kerk begraven; — (spr.) de kogel is door de kerk, er is niets aan te doen; — de kerk in ’t midden (van het dorp) laten, weten te geven en te nemen, niet star op zijn stuk blijven st...

Lees verder
1870
2021-01-20
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Kerk

Kerk. Dit woord, hetwelk met het Christendom bij nagenoeg alle Germaansche volken — met uitzondering van de Gothen — het burgerregt verkregen heeft, schijnt oorspronkelijk eene verbastering te wezen van het Grieksche Kvqiaxóv, maar wordt, wat zijne beteekenis aangaat, in denzelfden zin gebezigd als het Grieksche ixxkyoia en het Latijnsche ecclesia....

Lees verder