Wat is de betekenis van keigoed?

2020
2021-04-16
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

keigoed

reuzegoed. heel erg goed; steengoed; reuzegoed. Voorbeelden: Vier jaar na Houthalen greep Paul Herijgers in de eigen Kempen zijn tweede nationale titel op het hoogste niveau. "Ik heb mijn werk gehad. Het was niet eventjes kampioen van België worden. Ik was goed, misschien wel keigoed." De Standaard, 1997 Eigen...

Lees verder
2019
2021-04-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

keigoed

keigoed - Bijvoeglijk naamwoord 1. heel erg goed Verhoevens ontroerende filminstallatie is nog tot het einde van SPRING Utrecht te zien en zo kort als het duurt nu al een van de beste ervaringen van de vierde editie van het fusiefestival, in 2013 voortgekomen uit Springdance en Festival aan de Werf. Nog ste...

Lees verder