Wat is de betekenis van Keeren?

1926
2020-11-24
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Keeren

De uitdrukking „met bezemen keeren”, Matth. 12 : 44, Luc. 11 : 25, 15 : 8, is oud-Nederlandsch, en beteekent: uitbezemen, schoonmaken.

1898
2020-11-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Keeren

KEEREN, (keerde heeft en is gekeerd), wenden, draaien, iem. of iets in een tegenovergestelden stand brengen, van richting doen veranderen eene kaart keeren. omkeeren; — kaas keeren, omleggen; — een wagen, een schip keeren, wenden; hoe gij het wendt of keert, het blijft een vreemd zaakje, hoe gij het ook bekijkt of voorstelt; — (...

Lees verder
1898
2020-11-24
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Keeren

zie Draaien.