Wat is de betekenis van kattenbak?

2020
2021-06-23
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

kattenbak

1) (1961, vero.) (jeugd) catechismus; catechisatie. Syn. kattegezanik (J. Pannekeet: Westfries woordenboek. 1984). • De jonge Israëliet ging destijds naar het „leerhuis", onze ouders bezochten in hun jeugd de „lering", toen ik naar de catechisatie ging was het al „de kattebak" geworden. De waardering van de kerkjeugd zal...

Lees verder
2019
2021-06-23
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

kattenbak

winkellade In deze betekenis omstreeks 1800 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, samengesteld uit de processtukken van de zogenoemde Brabantse Bende. Het komt hierin voor in de verbinding kattebakken haalen voor ‘ladelichten’. Köster Henke vermeldt in 1906 in De Boeventaal als varianten katterik en katezel...

Lees verder
2019
2021-06-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kattenbak

kattenbak - Zelfstandignaamwoord 1. een bak waarin katten hun behoefte kunnen doen Het verschonen van een kattenbak is voor veel mensen één van de minder favoriete klussen. Woordherkomst samenstelling van kat en bak met het invoegsel -en-

Lees verder
2018
2021-06-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kattenbak

kattenbak - zelfstandig naamwoord uitspraak: kat-ten-bak 1. bak met korrels waarop de kat zijn behoefte doet ♢ je moet de kattenbak nog verschonen! 2. etensbak voor de kat ♢ ik heb wat brokken i...

Lees verder