Synoniemen van Kast

2020-04-07

Kast

1. alles uit de - halen,het uiterste van zichzelf vergen; een grote inspanning leveren. Ook wel tot onder in de kast gaan.Oorspr. wieler- slang, met het synoniem onder in de beugels rijden.De uitdr. is tegenw. ook gangbaar buiten wielerkringen, bijv. in het milieu van politici. Wim Kok gebruikte de zegswijze meermaals in 1989 tijdens de verkiezingen. Jongens, alles uit de kast! (Rudolf Geel: Een eigentijds persoon, in: Intermagazine, november 1987) Terwijl de jammende jazzmusici nog een keer all...

2020-04-07

Kast

Kast - verkorting van flipperkast.

2020-04-07

Kast

Bovenhuis van een standerdmolen.

2020-04-07

kast

kast - Zelfstandignaamwoord 1. (meubel) een meubel om gebruiksvoorwerpen in op te bergen, meestal voorzien van horizontale schappen de avond in het restaurant bracht hij met zijn tweejarig zoontje, wegens diens fascinatie met dit voorwerp, door in de stofzuigerkast 2. (informeel) een televisietoestel (meestal als verkleinwoord: kastje) 3. (informeel) gevangenis In de kast zitten. 4. (informe...

2020-04-07

kast

kast - zelfstandig naamwoord 1. opbergplaats met laden en planken ♢ in deze kast hangen mijn kleren 1. hem op de kast jagen [expres kwaad maken] 2. ik werd van het kastje naar de muur gestuurd [steeds maar doorgestuurd] 3. een kast van een huis ...

2020-04-07

kast

(de; -en) GY - langwerpig, recht hoekig gymnastiektoestel, samengesteld uit stapelbare houten (tussenstukken waardoor de hoogte aan de lengte van de turn(st)ers kan worden aangepast, met een gecapitonneerde en met leer bedekte bovenkant, m.n. bestemd om op of overheen te springen, door mannen meestal ‘in de lengte’, ook wel genoemd ‘over de lengte- kast’ (over de lengtekant van de kast, de kastlengte) en door vrouwen ‘in de breedte’, ook wel genoemd ‘over de breedtekast’ (over de breedtekant van...

2020-04-07

kast

(1) Bargoense term voor een bordeel. Tegenwoordig spreekt men liever over een club* of een relaxhuis*. De prostitutiewereld wil blijkbaar met de tijd mee en geeft haar ‘huizen* van plezier’ graag een respectabel cachet. Een souteneur werd vroeger (en nu nog?) ook wel een ‘kastenbaas’ genoemd. Vandaag de dag is hij een ‘relaxeploitant*’, een ‘exploitant* van onroerend goed’ of een ‘kamerverhuurder*’. Komt een onervaren hoertje in een welbeklante kast Moet ze dikwijls nog veel leren Wat voor d...

2020-04-07

Kast

v. (-en), losse of in een muur getimmerde bewaarplaats : iets in eene kast leggen; alle kisten en kasten waren opengebroken; linnenkast; boekenkast; — hij heeft een kast op zijn rug, een bult; — (w. g.) (zegsw.) zij is uit de kast, netjes gekleed; — houten of ijzeren bedekking van iets : kast van een slot; schuifkast, bij stoommachines, waarin de stoomschuif is besloten; raderkast; — losse en vaste kasten in een bijenkorf; —oud vervallen gebouw, voer- of vaartui...

2020-04-07

kast

gevangenis, cel In deze betekenis in 1805 voor het eerst aangetroffen, in een literaire tekst. • Zoo gingen wij in stede van boord, naar de zoogenoemde kast, onder geleide van militairen en gendarmes. Bij het gevangenhuis komende, werden de kapiteins, zoo wel als al de equipages, opgesloten. ¶ Lotgevallen van K.J. Kuipers te Obergum (1844, tekst uit 1803), p. 81 • ‘En wat is die straf, waar het vorige artikel van spreekt?’ vroeg Bol. ‘Van zes dagen tot zes maanden gevangenis, en van zest...

2020-04-07

Kast

Hoog, rechtstaand meubel, bestemd tot berging. De verschillende kasttypen ontleenen hun Ned. namen aan hun plaatselijken oorsprong (Hindelooperkast, Friesche k., Vlaamsche k., Zeeuwsche k., enz.); aan hun uitwendige versiering (kussenkast, kolomkast, toogkast); aan hun gebruiksbestemming (linnenkast, porceleinkast); aan hun constructieve indeeling (twee-, drie-, vier-, vijfdeurskast); aan hun eigenaars (begijnkast); aan hun plaats in het binnenhuis (wandkast, hoekkast); aan den vorm van een onde...

2020-04-07

kast

bochel. Ook: draaiorgel.

2020-04-07

kast

kast - m., (argot), bochel.

2020-04-07

kast

kast - bordeel; eig. ‘slechte woning’ (vgl. kot). Zeg, juffrouw Anna, ik ben hier toch niet in een kast, we!?, HANSIE, Nachtboek v. e. Kinderjuff'r. 87 [eind 19e e.].Hierbij: kasthoudster, bordeelhoudster. Petronella R…. voormalige publieke kasthoudster op de Paviljoensgracht, Proviant voor de Prik-convent 12 [± 1845]