Wat is de betekenis van Karwei?

2019
2022-11-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

karwei

karwei - Zelfstandignaamwoord 1. een klus of hoeveelheid werk die gedaan of afgerond moet worden Dat is een behoorlijk karwei, hoor! 2. slachtafval karwei - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van karweien ♢ Ik karwei...

Lees verder
2018
2022-11-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

karwei

karwei - zelfstandig naamwoord uitspraak: kar-wei 1. een afgerond stuk werk ♢ het karwei is klaar hoor! Zelfstandig naamwoord: kar-wei het karwei de karweien ...

Lees verder
2017
2022-11-30
Marc De Coster

Auteur van o.a. Het Groot Scheldwoordenboek

Karwei

Karwei -gestorven op een groot karwei: in een bordeel gestorven. Eufemisme onder ambulancepersoneel.

1998
2022-11-30
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Karwei

1. het - afmaken,in politieke kringen een cliché- uitdr. voor ‘het vervullen van zijn taak, opdracht’. De succesvolle CDA-verkiezingsleuze uit 1986, verzonnen door reclameman Paul Steenhuisen, luidde Laat Lubbers zijn karwei afmaken(afgeleid van het Amerikaanse let Reagan finish hisjob).Men zegt ook wel het karwei klaren. Lubbers mag zijn karwei af...

Lees verder
1973
2022-11-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

karwei

v./m./o. (-en), 1. werk, bepaalde taak, door een handwerksman te verrichten of aan hem opgedragen, vooral als de verkl.: een karweitje voor de timmerman, voor de schoenmaker; ook in de zin van aangenomen werk: hij heeft een groot aangenomen; 2. werk dat een baas door zijn personeel buiten de winkel laat uitvoeren: de monteur is op —; (gew.)...

Lees verder
1952
2022-11-30
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Karwei

s., kerwei (it), krewei (it); zwaar —, heikerwei (it), heikeraezje, piel put, plôk; het is een hachelijk —, it is in hangizer om oan to gean; dat wordt een heel —, dat wurdt in taeije sneed; -tje, putsje (it); kleine -tjes doen, piele pantsjerove, gnúskje, knúskje, ompa...

Lees verder
1950
2022-11-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Karwei

v. en o. (-en), 1. werk, bepaalde taak, door een handwerksman te verrichten of aan hem opgedragen, vooral in de verkleinvorm: een karweitje voor de timmerman, voor de schoenmaker; ook in de zin van aangenomen werk: hij heeft een grote karwei aangenomen; 2. werk dat een baas door een of enige van zijn knechts buiten de winkel laat uitv...

Lees verder
1937
2022-11-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

karwei

v. karweien, karweitje (Fr. corvée [Lat. corrogata = oproeping]; 1 oorspr. herendienst; onbetaalde arbeid; 2 betaald werk inz. bij handwerkslieden; 3 werk, werkstuk, opdracht, taak; 4 zwaar, vervelend werk): 1 dwangwerken en karweien; Z.-N. mil. allerlei karweien, aardappels schillen (N.-N. corvée); 2 Hein kreeg een karwei v. drie wek...

Lees verder
1930
2022-11-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

karwei

v. en o. (-en; -tje) [Fr.corvée < Lat. corrogata, oproeping nl. tot verplichte arbeid] I. Eert. verplichte onbetaalde arbeid: -en opleggen. II. Tgw. 1. Algm. karwats (buitentijds) te verrichten arbeid: buiten de gewone werkuren verrichten; naar of op de gaan; op (de) komen; dat lijkt me een -tje voor jou! een ambachtsman op -, aan een...

Lees verder
1921
2022-11-30
Levende taal

T. Pluim - 1921

Karwei

het Fransche corvee — heerendienst, van ’t Lat. corvada en dit van corrogare = mede-vragen, mede-oproepen, n.1. tot den dienst. Thans meer: werk van ambachtslieden, of een taak in ’t algemeen: „Dat is een heel karwei.”

1919
2022-11-30
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Karwei

werk, dikwijls = moeilijk, onaangenaam werk, mnl. corweie, uit fra. corvée, vroeger heerendienst, uit mlat. corvada, een afleiding van lat. corrogare, oproepen.

1914
2022-11-30
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

karwei

karwei - v., heerendienst, onaangenaam werk.

1911
2022-11-30
pluim

Keur van Nederlansche woordafleidingen

Karwei

van ’t Fr. corvée = heerendienst, Lat. corvada, eig. „oproeping” (n.l. tot den dienst).

1898
2022-11-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Karwei

1. KARWEI, v. o. (-en), zwaar opgegeven werk, harde arbeid: dat is eene heele karwei, om die in een dag af te maken; — werk, aangenomen werk : hij heeft eene groote karwei aangenomen; — plaats waar gebouwd wordt: op of naar de karwei gaan; — (ook fig.) dat is eene heele karwei, dat is niet gemakkelijk, daar is veel werk aan; &m...

Lees verder
1870
2022-11-30
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Karwei

Karwei (Carum Carvi L.) is de naam van eene plant, welke tot de familie der Schermbloemigen (Umbelliferae) en tot het geslacht Carum behoort. Dit laatste onderscheidt zich door een onduidelijken of kort 5-tandigen kelkzoom, eenigzins ongelijke bloembladeren, die omgekeerd-eivormig en uitgerand zijn en een ingebogen topslip bezitten, en eene langwer...

Lees verder