Wat is de betekenis van Kappen?

2022
2023-01-30
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster

kappen

1) (1961) (inf.) (ergens mee) ophouden. Ook imperatief: 'Kap nou effe!' Vnl. jeugdtaal (zie Onze Taal, december 1980). Volgens Huizinga (Nederlandse Zegswijzen) doelt de uitdrukking waarschijnlijk op het kappen van het ankertouw. • Maar nu moet ik kappen anders wordt het gesprek te duur. (Willy van der Heide: Arie Roos wordt geheim agent. 1961...

Lees verder
2018
2023-01-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kappen

kappen - regelmatig werkwoord uitspraak: kap-pen 1. iemands haren verzorgen en opmaken ♢ oma is altijd perfect gekapt 2. omhakken ♢ de bomen aan deze kant worden gekapt ...

Lees verder
2017
2023-01-30
Voetballers

Jargon & Slang van Voetballers

Kappen

Kappen - een bal op volle snelheid ineens van richting doen veranderen (in een scherpe hoek), waardoor de tegenstander op het verkeerde been wordt gezet.

2010
2023-01-30
Theater

Theater begrippen

Kappen

Kappen verwijst naar het weglaten van een gedeelte van de tekst.

2004
2023-01-30
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

kappen

(kapte, gekapt) hakken, fijnhakken, gekapt, kippen, omkiepen, storten. - op iemand/iets kappen, op iemand of iets vitten, opmerkingen maken. In de Verenigde Staten doen we niet anders dan kappen op de armen, de werklozen. - Knack, 06-11-2002.

Lees verder
1998
2023-01-30
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Kappen

ergens mee - ergens mee ophouden; uitscheiden. Kappen met iemandis ‘alle contact met iemand verbreken’: je moet kappen met die gozer, hij deugt niet.Vnl. in de jeugdtaal en dit sinds de jaren zestig. Vaak ook imperatief: Kap nou effe!Deze informele uitdr. stamt wellicht uit de zeemanstaal (ze werd bij v. opgenomen in Oudenaardens verzameling uit 19...

Lees verder
1997
2023-01-30
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

kappen

Brouwers (1973) heeft de zelfverwensing ik laat mij aan hachjes kappen als het niet waar is! De letterlijke betekenis ervan is ‘ik laat mij in brokken, mootjes hakken als het niet waar is’. Ook de verkorte vorm ik laat mij kappen! komt voor. Deze formule, gebruikt ter onderstreping van de waarheid, wordt vaak met voeten ge...

Lees verder
1963
2023-01-30
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar

kappen

(ook:) 1. met een houwer (kapmes) verwonden of doden (van dier of mens. En die kaaiman, is die er nog? Nee Juffrouw, mijn vader heeft hem gekapt (A. de Vries 1957 (7): 44). De beklaagde had zijn concubine zodanig gekapt, dat ze op de rand van invaliditeit is komen te verkeren (WS 2-4-1983). 2. (i.h.b. vissen kappen) methode van vissen in het donker...

Lees verder
1954
2023-01-30
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Kappen

(1) Het werken met een kapwerktuig. Eigenlijk (2) de fase van de houtoogst tot het moment, dat het gevelde hout voor het eerste transport gereed ligt; i.h.a. rekent men de voorbereidingen voor deze fase ook nog tot kappen. Zoals alle onderdelen van een bedrijf, dient ook de houtoogst van te voren goed gepland en goed georganiseerd te zijn, om alle...

Lees verder
1954
2023-01-30
Medisch Encyclopedie 1954

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Kappen

petroleumkappen, een gelukkig geheel overbodig geworden middel tot bestrijding van hoofdluizen.

1952
2023-01-30
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kappen

1. v.; (hakken), kapje, kappe, hakje; 2. v.; (v. h. haar), hieropmeitsje.

Lees verder
1951
2023-01-30
Duits woordenboek (DU-NL) 1951

Dr. H. W. J. Kroes

Kappen

kappen; toppen; kapoenen.

1950
2023-01-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Kappen

(kapte, heeft gekapt), I. onoverg., 1. met een groot mes, een bijl of een sabel slaan, slagen doen, hakken : men kapt in ’t dicht en hoog geboomte ; er op in kappen ; — (gew.) (landb.) in de vruchten kappen, de kluiten fijnslaan en het onkruid wegnemen met het houweel; 2. (Zuidn.) slaan met nagels, hoeven of klauwen; &md...

Lees verder
1937
2023-01-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

kappen

I. kapte, h. gekapt (1 met een snijdend werktuig slaan met het doel om te kloven, te scheiden, fijn te maken enz.; 2 door middel van kappen in delen splitsen, stukken splijten enz.; 3 afhakken; 4 door hakken doen ontstaan): 1 kappen in het bos; 2 iets in stukken, moten, vieren kappen; groente, kool kappen, fijnhakken; ik zal hem tot frikkadel kappe...

Lees verder
1930
2023-01-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

kappen

I. (kapte, heeft gekapt) 1. met een snijdend werktuig slaan om te scheiden, te kloven, te verdelen, fijn te maken enz.: met een mes -; in het bos -. 2. met een snijdend werktuig in delen splitsen, in stukken splijten, fijn maken enz.: aan of in stukken, moten -; in tweeën, vieren -; doormidden, middendoor -; groenten, vlees -; ik laat mij (eer...

Lees verder
1900
2023-01-30
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

kappen

Bovenbedekking van de molen Gording, horizontale balken uit de kap Roosterhout, bij de bovenkruier: straalsgewijs over de overring gaande balkjes tussen voeghout en spantring Spant, el van spantbenen Spantbeen, een van de twee spantbenen waaruit spant bestaat.

1898
2023-01-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kappen

Het begrip kappen heeft 4 verschillende betekenissen: 1. kappen - (kapte, heeft gekapt), vellen, omhouwen, omhakken: boomen kappen; (zeew.) den mast kappen; — (van paarden) met de hoeven klauwen ; — het anker kappen, het touw doorhakken, omdat men geen tijd heeft het op te winden; — boomen snoeien; — (gew.) (landb.) in d...

Lees verder
1898
2023-01-30
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Kappen

zie Hakken.

1864
2023-01-30
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Kappen

Kappen, bw. gel. (ik kapte, heb gekapt), vellen, omhouwen, omhakken; boomen -; (zeew.) den mast -, eenen kabel -; boomen snoeijen, lichten; (fig.) bargoensch -, dieventaal -, (eigenl.) klappen, praten; (toon.) een stuk -, eene rol -, er veel uitlaten. *-, het hoofdhaar tooijen, opmaken (inz. van vrouwen); gekapt in het -, met een hoofdtooisel versi...

Lees verder
1856
2023-01-30
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Kappen

b.w. - Doorhakken. Het anker kappen (het touw doorhakken waar het anker aan vast is, als men geen tijd meer heeft het te winden). Zy kappen d’anckers buiten hoop, En drijven d’een op d’ander. Vondel, Neerlaeg der Turksche Vloot.

Lees verder