Wat is de betekenis van kapoeres?

2019
2021-06-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kapoeres

kapoeres - Bijvoeglijk naamwoord 1. (Jiddisch-Hebreeuws) verloren, weg, dood 2. (Jiddisch-Hebreeuws) kapot Woordherkomst Herkomst: Bargoens Verwante begrippen Hebreeuws: kapara, Jiddisj: kapore

Lees verder
1994
2021-06-18
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Kapoeres

[Hebr. kapporeth = dier dat als zoenoffer werd gedood] (plat) dood; stuk; kwijt.

1993
2021-06-18
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Kapoeres

weg, verloren; kapot

1950
2021-06-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Kapoeres

KAPORES, bn., 1. verloren; weg; dood : zij zijn kapoeres, voor de haaien; kapoeres gaan, doodgaan; 2. kapot: mijn schoenen zijn kapoeres.

Lees verder
1949
2021-06-18
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

kapoeres

kapoet; kapot (stuk). Zijn tik is kapoeres, zijn horloge is stuk.

1948
2021-06-18
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

kapoeres

kapores, dood; weg, verloren.

1919
2021-06-18
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Kapoeres

kapot; als iets valt en breekt: „dat is kapoeres”; van ’t hebr. koporoh, verzoening, vogel als verzoening aan de armen gegeven, dan: ondergang, en als bijvoegelijk: gedood, geruïneerd, aan stuk. De klankovereenkomst met kapot had invloed. Kaporeslag — klooverslag, die niet glad en niet op de juiste plaats ligt (Leviticu...

Lees verder
1898
2021-06-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kapoeres

KAPORES, bn. verloren; weg; dood: zij zijn kapoeres, voor de haaien; — kapoeres gaan, kapot gaan, doodgaan; — kapot: mijne schoenen zijn kapoeres.

Lees verder