Wat is de betekenis van kapittelstokje?

1950
2021-06-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Kapittelstokje

o. (-s).

1949
2021-06-13
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Kapittelstokje

(1), stokje, gebruikt om het hoofdstuk (kapittel) aan te wijzen, waar men gebleven is; (2) met een ribbelige suikerlaag overdekt staafje, bijv. van anijs; (3) dwarsstaafje aan een hals- of horlogeketting.

Lees verder
1937
2021-06-13
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Kapittelstokje

Een zilveren staafje, verbonden aan een lint, dat als bladwijzer in den bijbel dienst doet. De benaming is op verscheidene voorwerpen van het dagelijksch leven overgegaan: een staafje aan het eind van een halsketting of van een horlogeketting, dat door een oogje kan gestoken worden, een soortgelijk staafje met zijde omwonden, dat door een tres van...

Lees verder
1919
2021-06-13
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Kapittelstokje

oorspr. een stokje, dat men in den bijbel legde, soms met een kettinkje er aan bevestigd, om aan te wijzen bij welk kapittel men gebleven was of door insteken uit te wijzen, welk kapittel men lezen zal, in den tijd, toen meestal elken dag een „kapitteltje” gelezen werd. Volgens Nieuwbarn, Kerk. Hand-Wdb. een stokje, waaraan de linten be...

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten