Wat is de betekenis van kapitein?

2020
2022-07-06
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

kapitein

Het begrip kapitein heeft 5 verschillende betekenissen: 1) bevelhebber in het leger. officier boven luitenant en onder majoor of admiraal die voor zijn beroep bevel voert over een militaire eenheid; bevelhebber van een militaire eenheid, bijgestaan door een of meerdere luitenants; ook: officiersrang, de rang van kapitein. 2) gezagvoerder...

Lees verder
2020
2022-07-06
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

kapitein

(1950+) (inf.) borrel. Misschien naar de oude functie van de voorman of meestergast in een brouwerij. Een kaptein-luitenant is een borrel met een glas bier. Hier is mogelijk gedacht aan het hogere alcoholpercentage. • (Enno Endt & Lieneke Frerichs: Bargoens Woordenboek. 1974) • (Johanna van Reeuwijk: Groot Nederlands Drankwoordenboek...

Lees verder
2019
2022-07-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kapitein

kapitein - Zelfstandignaamwoord 1. (beroep) (scheepvaart) gezagvoerder van een koopvaardijschip 2. (militair) een rang in de hiërarchie net boven die van luitenant 3. (geschiedenis) door het bestuur erkend hoofd van een wat grotere etnische groep in een plaats in Nederlands-Indië Woordherkomst Van Latijn capitaneus (iem...

Lees verder
2018
2022-07-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kapitein

kapitein - zelfstandig naamwoord uitspraak: ka-pi-tein 1. baas op een schip ♢ de kapitein besloot dat we de haven zouden binnenvaren 1. er kunnen geen twee kapiteins op een schip zijn [er kan er ma...

Lees verder
2017
2022-07-06
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Kapitein

Kapitein - andere naam voor kopman. Syn.: vaandrig.

2009
2022-07-06
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

kapitein

Andere naam voor kopman. Vgl. vaandrig. Nadat de hele ploeg in een Italiaanse voorjaarskoers was gelost en kapitein Hans Langerijs zwaar ten val was gekomen, doofde bij Maertens de kaars. (Algemeen Dagblad, 25/04/1992) Jelle Nijdam schreef de Goldrace in 1988 nog op zijn naam, voor Rooks en Criquielion, maar de turbo uit Zundert is op zijn dertigs...

Lees verder
2009
2022-07-06
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

kapitein

→ kopman

1998
2022-07-06
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Kapitein

1. bestemd voor -Jas,ten dode opgeschreven. Soldatentaal Ned.-Indië; tegenw. verouderd. Al bij Van Dam. ‘Kapitein Jas’ was destijds de inlandse doodgraver. ... verklaarde oom, zeer stellig, dat de vijand overwonnen was en Den Ekster nog niet naar ‘kapitein Jas’ ging, onder ‘den groenen deken’... (P.A. Daum: Goena-goena, 1889, herdruk 1987) Maar de...

Lees verder
1990
2022-07-06
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

kapitein

kapitein - Hoofden of gezagvoerders van niet-militaire schepen.

1981
2022-07-06
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Kapitein

1. de hoogste zeemansrang aan boord van een schip. De ** kapitein, ook wel gezagvoerder, commandant, of op kleine schepen vaak schipper genoemd, is te allen tijde verantwoordelijk voor schip, opvarenden en lading. De term „schipper” is o.a. ook bij de wet gebruikelijk. Hij heeft de leiding bij de navigatie, en moet bij gevaar of...

Lees verder
1973
2022-07-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

kapitein

[middeleeuws Lat. capitaneus, <caput, hoofd], m. (-s), 1. (vroeger) aanvoerder, bevelhebber in het algemeen; 2. (landen luchtmacht) hoogste rang binnen de groep van subalterne officieren (e); 3. bevelhebber op een groot oorlogsschip (e); 4. scheepsgezagvoerder in het algemeen: — op een koopvaardijschip, een mailboot; ook bij passagierss...

Lees verder
1955
2022-07-06
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Kapitein

bevelhebber over compagnie ; gezagvoerder van een schip.

1952
2022-07-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kapitein

s., kaptein.

1950
2022-07-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Kapitein

m. (-s), 1. (eert.) aanvoerder, bevelhebber in ’t alg.; nog in roverkapitein; (gew.) de kapitein van de bende, de belhamel, haantje de voorste ; 2. (als titel) hoogste subalterne officier, bestemd of bevoegd een compagnie te commanderen: kapitein der infanterie; hij is kapitein bij het Indische leger; bij de artil...

Lees verder
1949
2022-07-06
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Kapitein

(Lat. capitaneus, van caput, hoofd), (1) hoogste der subalterne officieren, compagniescommandant; A. ter Zee en K.-luitenant ter Zee zijn de beide hoofdofficiersrangen bij de Marine; Kapitein-Chinees in Ind. een Chinees officier, belast met het bestuur over de Chinese inwoners; (2) bevelhebber van een schip.

Lees verder
1947
2022-07-06
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Kapitein

(1) heet ter zee het scheepshoofd. Zijn rechtspositie is een drieledige. Indien hij niet zelf de reder is van zijn schip, ontleent hij zijn hoedanigheid aan een door deze hem verleende aanstelling; hij is dus veelal werknemer in diens dienst en, daar hij zijn werk als regel tegen loon verricht, meestal arbeider. Voorts is hij in allerlei opzichten...

Lees verder
1937
2022-07-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

kapitein

m. kapiteins (Fr. capitaine [Lat. capitaneus, v. caput = hoofd]: hoofdman; bevelhebber over een compagnie, van een batterij; scheepsgezagvoerder): kapitein der Arabieren, een soort wijkmeester zoals de kapitein-chinees.

1933
2022-07-06
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Kapitein

1) gezagvoerder v/e schip; 2) hoogste rang v/d subalterne officieren i/h Ned. leger; 3) k. ter zee: hoofdofficier b/d Ned. marine, in rang gelijk met majoor b/h leger.

Lees verder
1933
2022-07-06
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Kapitein

(< Lat. caput = hoofd), letterlijk hoofdman. 1° (Scheepv.) a) Ned. recht. De kapitein van een zeeschip heeft aan boord in beginsel alle macht, maar door verbreiding van telegraaf en telefoon is zijn zelfstandigheid voor het commercieel gedeelte ingekrompen: wel heeft hij te beslissen omtrent navigatie, zelfs tegen den reeder in. Alle opvaren...

Lees verder
1898
2022-07-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kapitein

m. (-s), hoofdman, officier, die gewoonlijk bestemd of bevoegd is, eene compagnie te commandeeren: kapitein der infanterie; hij is kapitein bij het Indische leger; — scheepsgezaghebber: hij is langen tijd kapitein op een koopvaardijschip geweest; — bevelhebber: kapitein der nachtwacht; — vrouw die haar man onder de pantoffel hou...

Lees verder