Wat is de betekenis van Kanteel?

2020
2022-07-06
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

kanteel

deel van een borstwering. onderdeel van de borstwering van vestingen sinds de oudheid, dat bestaat uit een rechtopstaand vierkant of rechthoekig stuk muur dat in rijen van gelijkaardige constructies stond opgesteld over de hele lengte boven op de wallen of de torens, en dat diende om de verdedigers beschutting te bieden tegen aanvallen. I...

Lees verder
2019
2022-07-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kanteel

kanteel - Zelfstandignaamwoord 1. elk van de opstaande delen van de getande bovenkant van (oude) verdedigingsmuren Men kon zich achter de kantelen beschermen tegen vijandelijk geschut. Synoniemen tinne

Lees verder
2013
2022-07-06
Bart Janssen

--

Kanteel

Een kanteel is een stuk muur op de borstwering van middeleeuwse versterkingen dat de verdedigers bescherming biedt tegen schoten van buitenaf. Soms waren kantelen voorzien van smalle schietspleten.

1994
2022-07-06
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Kanteel

[oorspr.: karteel; vgl. Ned. kartelen] metselwerk met tandingen (als schietgaten) op muur, door zulk een muur omgeven omgang van kasteeltoren.

1990
2022-07-06
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

kanteel

kanteel - Versterkte parapetten met afwisselend massieve delen en openingen.

1973
2022-07-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

kanteel

m. (—telen), ieder van de opstaande delen van de getande bovenzijde van oude stads- en burchtmuren, waartussen schietsleuven (e); trans, omgang bovenop een gebouw, op een toren. (e) BOUWKUNST. De hoogte van een kanteel was meestal 0,76—1 m, de breedte 2—2,30 m. Achter de kantelen liep een weergang. Een kanteel was gewoonlijk...

Lees verder
1959
2022-07-06
Kunstgeschiedenis

Uitgave 1959 Amsterdam Boek

Kanteel

Muurtand.

1955
2022-07-06
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Kanteel

bovenrand van een muur.

1950
2022-07-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Kanteel

m. (...telen), 1. ieder der opstaande delen van de getande bovenzijde van oude stads- en burchtmuren, tussen welker openingen door men op de vijand schoot ; meest in het mv. om de gehele muurbekroning met de tussenruimten aan te duiden : een toren met ..kantelen ; 2. trans, omgang boven op een gebouw, op een toren.

Lees verder
1949
2022-07-06
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Kanteel

uitstekend deel van vroegere verdedigingsinuren v. vestingen en kastelen; ook omloop v. toren.Kanteloep, z Meloen.

1948
2022-07-06
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

kanteel

o. tinne; getande bovenrand van vestingmuren; trans; door muur beschermde omgang op toren of kasteel.

Lees verder
1937
2022-07-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

kanteel

m. kantelen (o.-Fr. cantel: getand muurwerk aan de bovenrand van muren).

1933
2022-07-06
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Kanteel

1) getand bovendeel van een muur voor kasteelen 2) Finsch soort citer.

Lees verder
1933
2022-07-06
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Kanteel

(krijgsk.) is oorspronkelijk een peiler in de borstwering tusschen de schietgaten van een verdedigingsomloop, in den regel rechthoekig van vorm. In overdrachtelijken zin een peiler in een van insnijdingen voorziene dakborstwering.

1898
2022-07-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kanteel

KANTEEL, m. (-en), getand metselwerk op oude stads- en burchtmuren; schietgat, opening in de vestingmuren om er de tromp van ’t geweer door te steken en op den vijand te schieten.

1573
2022-07-06
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Kanteel

Pinna, mina, spicula.

Lees verder