Synoniemen van kanis

2020-04-07

kanis

hoofd

2020-04-07

Kanis

Deze naam wordt beschouwd als een Latijnse vertaling (...

2020-04-07

kanis

kanis - Zelfstandignaamwoord 1. (f) korf|viskorf met deksel 2. (f) marskramersmand 3. (f) mandje om vers plukken|geplukte kersen, appels of peer|peren in te verzenden 4. (m) (anatomie) platte uitdrukking voor: 1. hoofd (lichaamsdeel) 2. mond 3. lichaam (mens) Synoniemen 2 mars 4.1 bol, harses, hoofd, kersenpit, knar, knikker, kop 4.2 bakkes, bek, muil, smoel...

2020-04-07

kanis

hoofd, kop In 1906 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, De Boeventaal van Köster Henke. Köster Henke geeft als voorbeeldzin: ‘Een laat er zich kajemen en de rus doet een tuimel over hem heen, dat zijn heele kanes uit elkaar ligt’ (‘een laat zich vallen en de rechercheur valt zo over hem heen dat zijn hele hoofd uit elkaar ligt’). Als samenstelling vermeldt hij smeerkanes voor ‘vuilik’. In de decennia erna is kanis -- dat ook is aangetroffen als kanes...

2020-04-07

Kanis

KANIS, v. (-sen), visschersmandje, ronde mand of korf met ééne rechte zijde, waarin visch wordt bewaard en die met een houten deksel wordt gesloten; — (gew.) mandje met houten deksel waarin het middageten der olieslagers gebracht worde; — (gew.) blikken eetketeltje voor werkvolk; — (plat) lichaam : hij stopt maar alles in zijn kanis, hij eet alles op; iem. op zijn kanis geven, komen, zitten, hem een pak slaag geven; — (Z. A.) iem. die vuil of morsig is; v...