Wat is de betekenis van Kan?

Synoniemen van Kan

2019
2020-11-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kan

kan - Zelfstandignaamwoord 1. serviesgoed om vloeistoffen uit te schenken De kan heeft een deksel en is beschilderd in groen en bruin. kan - Zelfstandignaamwoord 1. (adel) Mongoolse of Turkse krijgsheer of vorst Hij was ontroerd door het verhaal v...

Lees verder
2018
2020-11-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kan

kan - zelfstandig naamwoord 1. grote beker om vloeistoffen uit te schenken ♢ hij kwam met een kan melk en schonk onze glazen vol 1. alles was in kannen en kruiken [klaar, geregeld] ...

Lees verder
2017
2020-11-26
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Kan

Van oudsher komt de achternaam Kan in de Nederlanden voor. De naam kan aan een huisnaam ontleend zijn; vergelijk de 16de eeuwse vermelding in Amsterdam van Pieter Claesz. Kan die in de Vergulde Kan woonde. Er kan ook gedacht worden aan een beroepsbijnaam voor een kannengieter. Ter verklaring van de joodse burgerlijke achternaam Kan dienen zich vers...

Lees verder
2017
2020-11-26
Studenten

Jargon & Slang van Studenten

Kan

Kan - (Vlaams) iemand in de kan sturen: hem een strafdronk opleggen.

1990
2020-11-26
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

kan

kan - Hoge vaten met een wijde mond en meestal een schenktuit, met een diepe kom op een voet en één verticaal handvat. De beker is meestal cilindrisch, balustervormig of helmvormig.

1973
2020-11-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

KAN

afk. van: →Kamer van Ambachten en Neringen.

1949
2020-11-26
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Kan

oude inhoudsmaat van 1 liter.

1933
2020-11-26
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Kan

1° Cornelius Marius, Ned. geograaf. * 18 Maart 1837 te Groningen, ✝ 22 Maart 1919 te Utrecht. Eerste hoogleeraar in de aardr. in Ned.; mede-oprichter van het Kon. Ned. Aardr. Genootschap. Studeerde Klassieke letteren te Groningen; leeraar te Winschoten, Middelburg en vervolgens te Utrecht; in 1877 hoogleeraar te Amsterdam in de physische en po...

Lees verder
1926
2020-11-26
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Kan

Als inhoudsmaat komt in het Oude Testament in onze Overzetting niet voor, wel in de vertaling van Luther b.v. Ex. 25 : 29, 37 : 16, Num. 4 : 7, waar in het Hebreeuwsch het woord kesavoth staat, dat schalen beteekent. In 1 Kon. 19 : 6 staat zappachat, wat in onze vertaling overgezet is door flesch (kruik). In Hos. 3 : 1 staat aschischa, dat in onze...

Lees verder
1916
2020-11-26
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Kan

Kan - 1) verouderde inhoudsmaat voor vloeistoffen hier te lande = 1 Liter. In den volksmond nog gebruikelijk o. a. voor melk en petroleum. Bataviasche K. = 1,516 Liter. Oude Zweedsche maat = 2,617 Liter. 2) Cornelius Marius, Nederlandsch aardrijkskundige, geboren te Groningen 1837, overleden 1919, studeerde aan de universiteit in de klassieke lette...

Lees verder
1916
2020-11-26
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Kân

Kân - zie KHAN.

1910
2020-11-26
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Kan

Kan - de oude benaming voor liter.

1898
2020-11-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kan

KAN, v. ( -nen), een cilindervormig of zich in het midden buikvormig verwijdend vaatwerk voor vloeistoffen (van metaal: goud, zilver, tin, koper enz., van porselein, steen, aardewerk of hout): eene kan met melk; uit de kan drinken; eene kan bier; — (fig.) de kan aanspraken, (sterken drank) drinken; — te diep in de kan kijken, te veel d...

Lees verder