Wat is de betekenis van kalle?

2020
2022-01-24
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Kalle

Scandinavische vorm van Karel. Ook opgegeven als roepvorm van Catharina.

2020
2022-01-24
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

kalle

1) (1844) (< Hebr. kalla, bruid) (joodse kringen) bruid; meisje; (Barg.) publieke vrouw. • Wij woonden afzonderlijk en ik leefde met een jonge kalle (meisje) die met het minje (geld) wist rond te springen. (Conrad Jacobus Nicolaüs Nieuwenhuis: Mijn verblijf in de gemeenschappelijke en afgezonderde gevangenis. 1858) • Kalle, (isr...

Lees verder
2019
2022-01-24
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

kalle

bruid; meisje; prostituee In 1844 voor het eerst aangetroffen, in een artikel over het Bargoens in de Algemeene Konst- en Letterbode. Het komt hierin voor in de zin: ‘Met zijne nieuwe kalle.’ Via het Jiddische kalle ontleend aan Hebreeuwse kalla, beide in de betekenis ‘bruid’. In Joodse kringen wordt kalle gebruikt voor...

Lees verder
2019
2022-01-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kalle

kalle - Zelfstandignaamwoord 1. (vogels) naam gebruikt voor verschillende soorten vogels als de ekster, kraai, kauw, gaai 2. (spottend) domme, praatzieke vrouw 3. (Jiddisch-Hebreeuws) bruid Woordherkomst 1. van Middelnederlands (zelfstandig naamwoord) calle, als klanknabootsing van gekraai of van Middelnederlands (werkwoord) c...

Lees verder
2017
2022-01-24
Prostituees en pooiers

Jargon & Slang van Prostituees en pooiers

Kalle

Kalle - slangterm voor een publieke vrouw. Gaat terug op Hebr. kalla = bruid. Hier nogal schimpend gebruikt. O.a. in Boeventaal, bij Moormann en in de literatuur bij Willem van Iependaal en: t Is een mooi kalletje zo om te zien, maar om nou meteen verliefd op te worden, nee. Nooit van me leven! - Jan Cremer, Ik Jan Cremer II (1966) ​

Lees verder
2014
2022-01-24
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

kalle

(Jidd. < Hebr. kallo, bruid), 1. bruid: ‘De dochter van schele Brijnie hierover is de kalle.’ ‘Wie zegt u? ... De dochter van schele Brijnie ... de kalle? En met wie?’ ‘Met ’n wedenaar’, JUL. DE VRIES 33; 2. vrouw, meisje: Nou ’n kalletje is ’n kalletje, ze binne allemaal één to...

Lees verder
2007
2022-01-24
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

kalle

domme, onnozele of praatzieke vrouw. Afgeleid van het (gewestelijke) werkwoord kallen (praten). Kalle is ook Bargoens voor vrouw, bruid, publieke vrouw.Zo staat zij nu daar. Aan de spoelbak. De onnozele kalle. (Herman Teirlinck, Het gevecht met de engel, 1952)

Lees verder
2004
2022-01-24
vogelnamen

Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen

Kalle

Zuidn voor Kauw, Zwarte Kraai en/of Ekster (vooral tamme) [WVD 1996]. Kalle is ook: domme praatzuchtige vrouw [vD 1970]. De naam komt ook als familienaam voor (en wordt dan ook wel Calle gespeld).ETYMOLOGIE N Kalle <mnl calle (=naam voor verschillende vogels; babbelaarster, liefje, snol) <mnl callen 'kallen, praten' (4e kw. 13e eeuw...

Lees verder
1994
2022-01-24
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Kalle

[Hebr. kalah = bruid] 1 (volkst.) bruid; meisje; 2 (Barg.) (publieke) vrouw, hoer.

Lees verder
1993
2022-01-24
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Kalle

bruid; meisje

1964
2022-01-24
voornamen

Voornamenboek

Kalle

m/v Als vr. naam een verkorte vorm van Catharina, als m. naam een Scand. vorm van Karel.

Lees verder
1955
2022-01-24
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Kalle

(Barg.) bruid

1949
2022-01-24
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

kalle

bijzit; hoer; publieke vrouw; meid; vrouw; meisje; bruid; beginneling.

1948
2022-01-24
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

kalle

(Hebr.) v. bruid, meisje.

1937
2022-01-24
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

kalle

v. kallen (Z.-N. kraai; ekster; babbelaarster; domme vrouw; gaaischieten: hoekvogel).

1898
2022-01-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kalle

KALLE, v. (-n), (Zuidn.) kerkkraai; kraai; ekster; — praatzuchtige vrouw.

Lees verder