Synoniemen van kalle

    • 3. kala
2020-02-17

kalle

domme, onnozele of praatzieke vrouw. Afgeleid van het (gewestelijke) werkwoord kallen (praten). Kalle is ook Bargoens voor vrouw, bruid, publieke vrouw.Zo staat zij nu daar. Aan de spoelbak. De onnozele kalle. (Herman Teirlinck, Het gevecht met de engel, 1952)

2020-02-17

Kalle

Kalle - slangterm voor een publieke vrouw. Gaat terug op Hebr. kalla = bruid. Hier nogal schimpend gebruikt. O.a. in Boeventaal, bij Moormann en in de literatuur bij Willem van Iependaal en: t Is een mooi kalletje zo om te zien, maar om nou meteen verliefd op te worden, nee. Nooit van me leven! - Jan Cremer, Ik Jan Cremer II (1966) ​

2020-02-17

kalle

kalle - Zelfstandignaamwoord 1. (vogels) naam gebruikt voor verschillende soorten vogels als de ekster, kraai, kauw, gaai 2. (spottend) domme, praatzieke vrouw 3. (Jiddisch-Hebreeuws) bruid Woordherkomst 1. van Middelnederlands (zelfstandig naamwoord) calle, als klanknabootsing van gekraai of van Middelnederlands (werkwoord) callen ("babbelen") 2. van Middelnederlands Calle, als koosnaam afgeleid van Catharina, mogelijk beïnvloed door 1. en 3. 3. via Jiddisch (zelfs...

2020-02-17

Kalle

Scandinavische vorm van Karel. Ook opgegeven als roepvorm van Catharina.

2020-02-17

kalle

bruid; meisje; prostituee In 1844 voor het eerst aangetroffen, in een artikel over het Bargoens in de Algemeene Konst- en Letterbode. Het komt hierin voor in de zin: ‘Met zijne nieuwe kalle.’ Via het Jiddische kalle ontleend aan Hebreeuwse kalla, beide in de betekenis ‘bruid’. In Joodse kringen wordt kalle gebruikt voor ‘bruid, meisje’, maar in de dieventaal kreeg het de betekenis ‘meisje van lichte zeden, hoer’. Köster Henke maakte in 1906 in De B...

2020-02-17

Kalle

KALLE, v. (-n), (Zuidn.) kerkkraai; kraai; ekster; — praatzuchtige vrouw.

2020-02-17

kalle

bijzit; hoer; publieke vrouw; meid; vrouw; meisje; bruid; beginneling.

2020-02-17

kalle

(Hebr.) v. bruid, meisje.

2020-02-17

kalle

kalle - o., (argot) water, rivier, haven.