Wat is de betekenis van kalis?

2020
2021-06-13
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

kalis

(16e eeuw) (< kalo, zigeunertaal voor zwart) (inf.) vagebond, schooier, kale neet; kerel zonder geld; iemand die weinig of niets te verliezen heeft. Volgens een zekere Dr. A. Kluyver (zie Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. 1895) zou ‘het vroeger zoo bekende woord kalis afkomstig zijn uit de taal der vagebonden, en on...

Lees verder
2007
2021-06-13
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

kalis

(verouderd) vagebond, schooier, kale neet; kerel zonder geld; iemand die weinig of niets te verliezen heeft. Volgens een zekere dr. A. Kluyver (zie Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1895) zou ‘het vroeger zoo bekende woord kalis afkomstig zijn uit de taal der vagebonden, en ontleend aan de taal der Zigeuners’. D...

Lees verder
1973
2021-06-13
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

kalis

m. (-sen), (oorspronkelijk) vagebond, schooier, vandaar: berooid persoon, arme drommel.

1950
2021-06-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Kalis

m. (-sen), oorspr. vagebond, schooier, vand.: berooid persoon, arme drommel.

1937
2021-06-13
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Kalis

Armoedzaaier. Afleiding van kaal (op dezelfde wijze als smeris van smeer) en loeres van loer: lummel). Kalisbank, bank waaraan goedkoope visch wordt verkocht.

Lees verder
1919
2021-06-13
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Kalis

kale persoon, armoedzaaier, waarschijnlijk een afleiding van kaal met den uitgang es (is), die men in 't barg. meer vindt (loeris, smeeris, misschien ook in dreumes). Vroeger veel in de samenstelling: kalisbende; ook komt nog voor kalisbank voor bank, waar goedkoope visch verkocht werd.

1898
2021-06-13
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kalis

KALIS, m. (-sen), schooier, bedelaar, arme drommel.