Wat is de betekenis van kalf?

2022
2022-08-08
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

kalf

(1906) (< Hebr. galoph, galiph) (Barg.) groot mes. Ook de schrijfwijze 'galf' komt voor. Het WNT citeert J.L. Voorzanger & J.E. Polak (Het Joodsch in Nederland). Syn.: galf*; kaasjager*; kapoe*; kniffie*; koeter*; kortjan*; kout*; nif*; nifterik*; nijf*; opsteker*; opzaniker*; pieterman*; schuier*; snijijzer*; zinksnijer*. • (Köst...

Lees verder
2020
2022-08-08
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

kalf

Het begrip kalf heeft 3 verschillende betekenissen: 1) jong rund. jong, nog onvolwassen rund; jong van runderen. 2) jong van sommige zoogdieren. jong van een hert, een ree of sommige andere, vooral evenhoevige zoogdieren, maar ook van sommige zeezoogdieren zoals de dolfijnen. 3) onverstandig persoon. iemand die onverstandig,...

Lees verder
2019
2022-08-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kalf

kalf - Zelfstandignaamwoord 1. (dierkunde) (veeteelt) jong van het rund en sommige andere zoogdieren 2. (bouwkunde) horizontale dorpel of regel tussen deur en bovenlicht 3. (Jiddisch-Hebreeuws) groot mes kalf - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kalven ♢ Ik kalf...

Lees verder
2018
2022-08-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kalf

kalf - zelfstandig naamwoord 1. jong van een koe ♢ als het voorjaar is, zie je weer kalveren in de wei 1. als het kalf verdronken is, dempt men de put [een fout wordt pas goedgemaakt als het te laat is]...

Lees verder
2017
2022-08-08
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Kalf

Horizontale korte verbindingsbalk. In oliemolens bodem van het kussen.

2000
2022-08-08
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Kalf

Het gouden kalf, afgod, iets dat men bewondert of vereert en dat waardevol lijkt, maar dat niet is, met name geld of bezit. Soms met aanbidden of dansen om. Bij de beschrijving van de uittocht uit Egypte, in Exodus 32, kan men de geschiedenis lezen van het ongeduldige volk, dat te lang op Mozes moet wachten als die op de berg Sinaï de wet van God i...

Lees verder
1974
2022-08-08
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

kalf

jong van enkele zoogdieren (hert, zeekoe, rund), vanaf geboorte tot op éénjarige leeftijd.

1955
2022-08-08
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Kalf

o., (Barg.) groot mes.

1954
2022-08-08
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Kalf

Het jong van enkele zoogdieren (b.v. van het rund, het hert en de zeekoe) draagt van de geboorte af tot op éénjarige leeftijd de naam kalf. Bij het rund kent men voorn. éénling-geboorten. Daarnaast komt een klein percentage tweelinggeboorten voor. Drie- en vierlingen behoren tot de hoge uitzonderingen.Bij normale ontwikk...

Lees verder
1952
2022-08-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kalf

s.n., keal (it), pl. k e a l l e n; — van een vaars, rierskeal (it); — voor de aanfok, oansetterskeal (it); nuchter — nochteren keal; — dat gedurende de winter op stal staat, hoklingskeal (it); misgeborenin abnormaal veel vruchtwater, wetterkeal (it); de kal...

Lees verder
1950
2022-08-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Kalf

o. (...ven, ...vers, ...veren), 1. naam van het jong van sommige zoogdieren, inz. jong van een koe, en wel bepaaldelijk gedurende het eerste levensjaar ; voorts b.v. van een hert en van een walvis of zeekoe ; een nuchter kalf, dat nog niet gezogen heeft, (ook) een kalf beneden 3 weken; — in tal van zegsw. en spreekw.: dartel zijn, h...

Lees verder
1949
2022-08-08
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Kalf

jong van een herkauwend dier.

1949
2022-08-08
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

kalf

groot mes. Het scheelt me geen haar of ik haal hem een kalf door zijn bast.

1937
2022-08-08
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

kalf

o. kalveren, kalven (1 jong van sommige viervoetige dieren, inz. van een rund, ook van een hert; 2 fig. [al te] zachtzinnige, goede man; onnozele bloed; 3 als zaaknaam in verschillende toepassingen; bij aardwerken, een slootkant, kanaaloever: afgezakte grond; onderdeel van houtconstructies: dwarshout; dwarsregel in een kozijn enz.): 1 k o e k a l f...

Lees verder
1926
2022-08-08
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Kalf

Onder Israël was het oudtijds gebruikelijk, om bij bizondere gelegenheden „het gemeste kalf” te slachten. Hooger gebruik vond het jonge rund in den offerdienst des Ouden Testaments. Tot den dienst der ceremoniën behoorde dat een kalf met een ram ten zondoffer, en met een eenjarig lam ten brandoffer moest worden geofferd.

Lees verder
1925
2022-08-08
Nederlandse spreekwoorden

Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (1923-1925) door F.A. Stoett

Kalf

wordt sedert de middeleeuwen als type genomen van domheid en onnoozelheid (hd. Kalb; eng. calf); vandaar eene uitdr. als een kalf van een jongen d.i. een flauwe, kinderachtige jongen, een domme jongen; in het Antw. een meutten, motten (fr. mouton) van een jongen, een doodgoede sul [i](Antw. Idiot.[/i] 813); ook ze...

Lees verder
1898
2022-08-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kalf

KALF, o. (...ven, ...vers, ...veren), jong van sommige viervoetige dieren, b. v. van een her! beneden het jaar; inz. jong eener koe; — een nuchter kalf, dat nog niet gezogen heeft, een kalf van —8 dagen; — den vinger niet moeten hebben, gelijk het kalf, niet moeten leeren drinken: — (spr.) den put dempen als hei halfverdro...

Lees verder
1870
2022-08-08
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Kalf

zie Rundvee.

1856
2022-08-08
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Kalf

z.n.o. 1. Een stop- of aanvullingsstuk; vanwaar het ook in gebruik raakte voor kleine briefjes in grootere gestoken. Het was zoo een kalfjen, in een brief der Staten aan Neyen en Verreycken door Oldenbarneveldt gestoken, ’t welk hem later zuur opbrak. 2. Een inkeep in de zijplanken van de rampaarden, waar de stelhouten op worden vastgelegd, o...

Lees verder
1573
2022-08-08
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Kalf

Vitulus. germ. calb: ang. cavvlfe, calfe.

Lees verder