Wat is de betekenis van Kader?

2021
2022-05-20
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Kader

Met een kader wordt een situationele context, verband of achtergrond bedoeld, waarin een bepaalde zaak wordt geplaatst. Hetgeen wat in een kader gezet wordt, is in werkelijkheid complexer of gedetailleerder. Een kader kan dan een inperking of afscherming als functie hebben. Hierdoor wordt de zaak verduidelijkt, waardoor het makkelijker te begrijpen...

Lees verder
2019
2022-05-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kader

kader - Zelfstandignaamwoord 1. rand die om iets (m.n. een afbeelding of schilderij) heen wordt aangebracht Die prent behoeft geen kader''. 2. (figuurlijk): situationele context, raamwerk, verband, achtergrond In het kader van de bezuinigingen wordt de ui...

Lees verder
2018
2022-05-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kader

kader - zelfstandig naamwoord uitspraak: ka-der 1. rand om iets heen ♢ er staat een zwart kader om het artikel 1. in het kader van de bezuinigingen [als onderdeel daarvan] ...

Lees verder
2015
2022-05-20
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

kader

(fiets)frame ‘En ik reed een fiets in de prak toen ik met mijn achterwiel in een put terechtkwam en het kader brak', zegt hij. (De Standaard) Belgisch-Nederlandse Standaardtaal Gangbaarheid: 7 Vlaamsheid: 2

Lees verder
2010
2022-05-20
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

kader

kader: Vlaams woord voor frame.

2002
2022-05-20
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

kader

Een kader is de begrenzing van het beeldvlak; bijv. een rechthoek waarbinnen bijv. getekend (zie tekenen), gefotografeerd (zie fotografie) is; bijv. closeup of totaal bij een video-opname.

1994
2022-05-20
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Kader

[Fr. cadre, van lt. quadro = vierkant, lijst, van Lat. quadrum = vierkant] omraming, lijst; (mil.) allen met een rang in mil. korps; (alg.) de kern van geoefend en leidinggevend personeel; personen die in een organisatie bestuursfuncties bekleden, staf.

1993
2022-05-20
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Kader

omlijsting; hoger personeel

1991
2022-05-20
Management begrippenlijst

Management begrippenlijst

Kader

Algemeen spraakgebruik: het totaal aan leidinggevenden. Meer in het bijzonder: de leidinggevende functionarissen van het laagste organisatorische niveau: bazen en lagere chefs. Zij vormen de eerste schakel van uitvoering naar leiding. In de kaderfunctie overheersen de vaktechnische aspecten.

1987
2022-05-20
Reclame woordenboek

Frans van Lier - 1987

Kader

Al dan niet gesloten omlijning van een tekstgedeelte of illustratie.

1981
2022-05-20
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Kader

1. lijst, omlijsting, omlijning, b.v. de lijnen om een advertentie; vakken waarin een biljart wordt ingedeeld door middel van krijtlijnen om verschillende spelsoorten te kunnen spelen; 2. groep van personen die bestuursfuncties bekleden in een organisatie; stafleden.

Lees verder
1973
2022-05-20
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

kader

o. (-s), 1. lijst, omlijsting, omlijning; (van een fiets) frame; stel van dunne krijtlijnen evenwijdig aan de zijden van het biljart op bepaalde afstanden getrokken, waardoor het speelvlak in vakken verdeeld wordt (→biljarten); naargelang van die afstanden onderscheidt men kader 35 cm, 38 cm, 45 cm enz.; verder meestal in fig. uitdr.: wat iets...

Lees verder
1955
2022-05-20
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Kader

omlijsting; onderofficiers en korporaals van een leger, ook uitgebreid tot de officieren; staf van een instelling of partij

1952
2022-05-20
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kader

s.n., kader (it), ramt (it).

1950
2022-05-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Kader

o. (-s), 1. lijst, omlijsting, omlijning; meest in fig. uitdrukkingen : wat iets als en tot een geheel omsluit, raam : dat past niet in het kader (van het systeem); dat valt buiten het koeler van normale ondeugendheid; 2. (mil.) de korporaals en onderofficieren van een legerafdeling ; bij uitbr. al de officieren en gegradueerden van...

Lees verder
1949
2022-05-20
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Kader

benaming voor hen, die in het leger een (onder)officiersrang bekleden; z cadre.

1948
2022-05-20
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

kader

o. 1 raam, lijst; 2 de officieren, onderofficieren en korporaals van een korps.

1937
2022-05-20
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

kader

o. kaders (Fr. cadre = lijst: 1 omlijsting; 2 mil. officieren, onderofficieren, korporaals van een legerafdeling; somtijds: de onderofficieren, het mindere kader; ook: de kern v. e. partij enz.): 1 denkbeelden, passend in het kader van de tijd, in de lijst; 2 gebrek aan kader.

Lees verder
1937
2022-05-20
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Kader

van Fr. cadre: lijst. In militairen zin wil kader zeggen: het met een graad bekleed legerpersoneel (korporaals, sergeants, enz.). Het vaste kader of beroepskader is belast met de opleiding en aanvoering tegenover het landweer- en het reservekader, dat alleen met aanvoering belast is.

Lees verder
1933
2022-05-20
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Kader

1) militairen m/e rang of graad, dus onderofficieren en officieren; onderscheiden in beroepskader (in vasten dienst), militiekader (uit de dienstplichtigen) en reservekader (u/d reservisten opgeleid); 2) i/e partij of beweging: de bestuurders en leiders.

Lees verder