Kaartje
o. (-s), 1. kleine kaart; 2. naam-, visitekaartje : zijn kaartje af geven; zijn kaartje ergens laten, ten blijke dat men iem. heeft willen bezoeken; iem. zijn kaartje zenden, tot een tweegevecht uitdagen; — naam- en adreskaartje van een leverancier; 3. uitnodigingskaart je ; — toegangskaartje : heb je al kaartj...