Wat is de betekenis van kaarten?

2019
2023-01-28
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kaarten

kaarten - Werkwoord 1. (inerg) een kaartspel spelen Er werd die avond gezellig wat gekaart en gepraat. kaarten - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kaart Synoniemen kaartspelen

Lees verder
2018
2023-01-28
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kaarten

kaarten - regelmatig werkwoord uitspraak: kaar-ten 1. een spel spelen met speelkaarten ♢ op dinsdag gaan we altijd kaarten Regelmatig werkwoord: kaar-ten ik kaart jij/u kaart ...

Lees verder
2000
2023-01-28
Bijgeloof

Lexicon van het Bijgeloof

Kaarten

→Waarzeggen.

1998
2023-01-28
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

kaarten

Bridgen. In uitdrukkingen als: lekker zitten te kaarten.

1973
2023-01-28
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Kaarten

(kaartte, heeft gekaart), (onoverg.) met de kaart spelen, kaartspelen.

1952
2023-01-28
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kaarten

v., kaerte, kaertspylje; met verkwisten, forkaertsje.

1950
2023-01-28
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Kaarten

(kaartte, heeft gekaart), met de kaart spelen, kaartspelen.

1937
2023-01-28
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

kaarten

kaartte, h. gekaart (kaartspelen): willen wij eens kaarten?

1930
2023-01-28
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

kaarten

('ka:rtən) (kaartte, heeft gekaart) kaartspelen : kom, we gaan -.

1900
2023-01-28
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

kaarten

Gegeneraliseerde afbeelding op schaal van (een deel van) het aardoppervlak of van een ander hemellichaam.

1898
2023-01-28
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kaarten

Het begrip kaarten heeft 2 verschillende betekenissen: 1. kaarten - KAARTEN, v. mv. (plantk.) Zie KAARDE. 2. kaarten - KAARTEN, (kaartte, heeft gekaart), kaart spelen.

Lees verder
1870
2023-01-28
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Kaarten

Zie Landkaarten en Speelkaarten.

1864
2023-01-28
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Kaarten

Kaarten, bn. van kaart; van kaarten; een - huis, -je, (ook fig.) een ligt gebouwd huis.