Wat is de betekenis van kaarten?

2019
2020-11-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kaarten

kaarten - Werkwoord 1. (inerg) een kaartspel spelen Er werd die avond gezellig wat gekaart en gepraat. kaarten - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kaart Synoniemen kaartspelen

Lees verder
2018
2020-11-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kaarten

kaarten - regelmatig werkwoord uitspraak: kaar-ten 1. een spel spelen met speelkaarten ♢ op dinsdag gaan we altijd kaarten Regelmatig werkwoord: kaar-ten ik kaart jij/u kaart ...

Lees verder
1998
2020-11-29
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

kaarten

Bridgen. In uitdrukkingen als: lekker zitten te kaarten.

1973
2020-11-29
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Kaarten

(kaartte, heeft gekaart), (onoverg.) met de kaart spelen, kaartspelen.

1900
2020-11-29
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

kaarten

Gegeneraliseerde afbeelding op schaal van (een deel van) het aardoppervlak of van een ander hemellichaam.

1898
2020-11-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kaarten

Het begrip kaarten heeft 2 verschillende betekenissen: 1. kaarten - KAARTEN, v. mv. (plantk.) Zie KAARDE. 2. kaarten - KAARTEN, (kaartte, heeft gekaart), kaart spelen.

Lees verder
1870
2020-11-29
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Kaarten

Zie Landkaarten en Speelkaarten.