Wat is de betekenis van kaars?

2022
2023-01-28
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

kaars

1) (17e eeuw) (sch.) mannelijk geslachtsdeel. O.a. in het werk van S. Van Rusting. • neemt d'ondervinding' eens van sỷn kwaed-aerdigheid als gỷ de keirse, met uw gruis-bus aen zult randen zỷn regenboôg coleur, sỷn sulpheragtig branden zal u doen spiegelen wat voor gevaerlỷkheid in het besluiten van zoo grooten vỷand leid. (Pierre Jac...

Lees verder
2020
2023-01-28
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

kaars

Het begrip kaars heeft 2 verschillende betekenissen: 1) wasstaaf met pit. staaf van bijenwas, paraffine of stearine met een kern die bestaat uit een draad van katoen (de zogeheten pit) en dient als verlichting of louter als decoratie. Ook vaak in de verkleinvorm kaarsje, vooral met betrekking tot de kaarsjes op een verjaardagstaart....

Lees verder
2019
2023-01-28
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kaars

kaars - Zelfstandignaamwoord 1. een staaf of klomp van brandbaar materiaal met een lont Vroeger had men 's nachts slechts kaarsen als verlichting. 2. (natuurkunde), (eenheid), (verouderd) oude eenheid van lichtsterkte (de zg. normaalkaars, thans candela) De wink...

Lees verder
2018
2023-01-28
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kaars

kaars - zelfstandig naamwoord 1. ronde staaf van was, met pit van katoen ♢ als het donker is gaan de kaarsen aan 1. zo recht als een kaars [heel recht] 2. zo iemand moet je met...

Lees verder
2008
2023-01-28
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

kaars

(de; -en) GY - statische houding waarbij achterhoofd, nek en schouders op de grond rusten en de benen recht (als een kaars) in de lucht omhoog steken, met als steun de bovenarmen op de grond en de handen in de heupen of beide armen en handen gestrekt op de grond, syn. nekstand. • Met de onderpartner in kaarshouding kan hij een acrogym-oefening de b...

Lees verder
2002
2023-01-28
Funerair Lexicon

Encyclopedisch woordenboek over de dood (2002)

Kaars

De naam kaars is afkomstig van het Latijnse woord 'charta', waarmee een in olie ofwas gedrenkte papyrusstengel werd aangeduid. Men neemt aan dat de Romeinen de kunst van het kaarsenmaken hebben geleerd van de Etrusken. Gezien de functie die de kaars innam bij de verering van de Romeinse keizers, was de christelijke kerk een tegenstander van het geb...

Lees verder
1997
2023-01-28
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

kaars

Als iemand met zijn gedrag gevoelens van ergernis, woede, haat of andere frustraties opgewekt heeft, kent men in Vlaanderen volgens Mullebrouck (1984) de verwensing steek een kaars in uw gat, dan hebt ge geen kandelaar nodig! Je wilt dat betrokkene naar elders vertrekt en zich daar met nutteloos werk ledig houdt. De betekenis kan weergegeven...

Lees verder
1977
2023-01-28
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

kaars

kaars - mann. lid (vgl. o.a. paal, pen, potlood). So niet ik sweer by al de Wormen, Daer sich mijn kaers in gaet Hervormen, s. VAN RUSTING. Werken 1,173 [2e h. 17e e.].Hierbij: kaarsesnuiter, gebezigd voor iem. die masturbeert (Aant. GEZELLE).

Lees verder
1955
2023-01-28
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

KAARS

een der oudste lichtbronnen, is al spoedig in de christelijke liturgie opgenomen, om practische en om symbolische redenen. Het eerste bericht omtrent kaarsengebruik is uit de 4de eeuw: Hiëronymus vermeldt het bij de dodenliturgie en bij het zingen van het Evangelie. Op het altaar werden pas sedert de 12de eeuw kaarsen gebruikt. Daarna nam het...

Lees verder
1954
2023-01-28
Medisch Encyclopedie 1954

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Kaars

de eenheid van lichtsterkte; deze bedraagt inderdaad ongeveer de helderheid van één brandende waskaars, maar is nauwkeuriger bepaald op: de straling van 1 cm* oppervlak van een zwart voorwerp bij het smeltpunt van platina voor een loodrecht er opkijkende waarnemer. Hiervan zijn andere eenheden (zoals lumen en lux) afgeleid.

1952
2023-01-28
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kaars

s., kêrs, kers, kears, kjers.

1950
2023-01-28
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Kaars

v. (-en), 1. middel tot verlichting bestaande in een staaf van vet (thans stearine) of was, met een pit van katoendraad of vlas in het midden om te branden: getrokken, gegoten kaarsen; een eindje kaars; kaarsen van zes in het pond; een pak kaarsen; de kaars aansteken, uitblazen ; bij de kaars werken, bij het licht er van; de kaars snuiten; iem....

Lees verder
1949
2023-01-28
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Kaars

verlichtingsmiddel, meestal bestaande uit een cylindervormige staaf van brandbare stoffen, gegoten om een katoenen pit. De vroegere goedkopere en gemakkelijk smeltbare talk- en vetkaarsen werden vervangen door de uit vetten afgescheiden en van vloeibare bestanddelen bevrijde vetzure stearine. De K.en welke gebruikt worden in de R.K. liturgie dienen...

Lees verder
1937
2023-01-28
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

kaars

v. -en (1 ronde staaf van was, talk, stearine enz. met een lemmet of pit v. vlas of katoen; 2 eenheid voor het meten van de lichtsterkte; 3 heelk. dunne staafjes tot heelk. doeleinden; 4 bij verg. namen van planten of delen er van): 1 een waskaars, een stearinekaars; zegsw. zo recht als een kaars, zeer recht; in de kaars vliegen, a) slachtoffer wor...

Lees verder
1933
2023-01-28
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Kaars

1) met was, stearine, paraffine of vet omgeven pit v. katoen v. verlichtingsdoeleinden, reeds i/d Oudheid in gebruik (was of vet); 2) eenheid v. lichtsterkte, → normaalkaars.

Lees verder
1933
2023-01-28
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Kaars

(➝ Lat. cereus = waskaars) 1° Verlichtingsmiddel, vroeger vnl. uit ➝ bijenwas, tegenwoordig uit stearine en/of paraffine bestaand. Stearine is een mengsel van wisselende samenstelling van vaste ➝ vetzuren, in hoofdzaak stearine- en palmitinezuur. Men verkrijgt het door koude persing van vnl. talken palmolievetzuren. Smeltpunt ca. 50° C. Dit...

Lees verder
1930
2023-01-28
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

kaars

(ka:rs) v. (-en; -je) [Mned. kaardebol kerse < Lat. cera] I. Eig. ronde staaf van was enz. om een pit, en bestemd om te branden: een van roet, smeer, stearine, talk, vet, was; getrokken, gegoten -en; een eindje -; een bos(je), een pak(je) -en ; -en van vier, zes in een pak, in een pond; het lemmet, de pit of de wiek is het bovenuiteinde van de...

Lees verder
1926
2023-01-28
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Kaars

Kaarsen, zooals wij ze bezitten, hetzij was- of vetkaarsen kenden de Israëlieten niet. Die zijn van lateren oorsprong. De kaars was onder Israël een lamp van aardewerk, in den vorm van een kleine sauskom, die van boven half gesloten was en waarin olie werd verbrand,terwijl de pit door een tuit naar buiten stak. Zij werd op een voetstuk, e...

Lees verder
1916
2023-01-28
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Kaars

Kaars - (Chamberland-), Chamberlandfilter; zie STERILISEEREN,

1911
2023-01-28
pluim

Keur van Nederlansche woordafleidingen

Kaars

van ’t Lat. carta = papierplant, daar het merg hiervan evenals van biezen tot pit diende.