Wat is de betekenis van kaakslag?

2024-04-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

kaakslag

Het begrip kaakslag heeft 2 verschillende betekenissen: 1) klap in het gezicht. klap in het gezicht; muilpeer. 2) belediging. uiting waarmee men iemand beledigt; belediging.

2024-04-25
Typisch Vlaams woordenboek

Ludo Permentier en Rik Schutz (2015)

kaakslag

belediging De zender drijft de spot met de Kerk. De dag van dat bewuste verslag stond op de website een cartoon van een kindje dat niet durfde te gaan slapen omdat het bang was dat een priester onder zijn bed zat. Dat is een kaakslag voor al onze priesters. (Knack) Belgisch-Nederlandse Standaardtaal Gangbaarheid: 6 Vlaamsheid: 3

2024-04-25
Kerkelijk woordenboek

Professor mag. dr. J.B. Kors o.p. (1967)

Kaakslag

(vroeger omhelzing) bij ’t H. → Vormsel door den → bisschop aan den vormeling gegeven, met de woorden „Pax tecum” (Vrede zij u), is een symbolische ceremonie, waardoor de officieele bevestiging van het lidmaatschap der H. Kerk beteekend wordt. De K. symboliseert dus niet de moeilijkheden, die men bij het standvastig beli...

2024-04-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Kaakslag

m. (-en), slag op de wang; (fig.) belediging.

2024-04-25
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

kaakslag

m. -slagen (slag op de kaak of wang; fig. erge belediging, hoon); Z.-N. ook, kaaksmeet, v.

2024-04-25
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Kaakslag

In de liturgie komt een lichte k. voor: 1° bij de toediening van het H. Vormsel, onder de woorden: Pax teciun; 2° bij de zegening van een ridder (Pontif. Rom. L.I). De k. werd in de 13e eeuw in Frankrijk overgenomen uit het profane recht, als teeken van vermaning.

2024-04-25
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

kaakslag

('ka:k) m. (-en) 1. Eig. slag op, tegen de kaak : iemand een geven. 2. Metf. erge belediging ; hoon : onder de schande van een gebukt.

2024-04-25
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

kaakslag

m. (-en), 1. slag op de kaak; (roomskatholiek) de lichte slag op de wang, door de bisschop gegeven bij de toediening van het vormsel (e); 2. (fig.) erge belediging. (e) De kaakslag kwam in de middeleeuwen in gebruik en is waarschijnlijk ontstaan uit de →vredeskus. In het nieuwe vormselritueel (1971) is dit gebaar achterwege gelaten.

Wil je toegang tot alle 10 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-04-25
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)