Synoniemen van juut

2020-01-26

juut

juut - Zelfstandignaamwoord 1. (pejoratief) politieagent Die juut gaf me een fikse boete. Woordherkomst Waarschijnlijk een klanknabootsing van het fluitje dat agenten gebruikten.

2020-01-26

Juut

Zie Judith

2020-01-26

juut

politieagent In 1939 voor het eerst aangetroffen, in een literaire tekst. ‘Onder andere in Haarlem en omstreken’, schreven Endt en Frerichs in 1972 in hun Bargoens woordenboek. Zij halen het volgende spotliedje aan: ‘Juutjuutjuut daar komt ’n smeris an,/ Op ’n hobbelpaard,/ door de Kalverstraat.’ In 1948 schreef Piet Bakker in Jeugd in de Pijp (p. 43): ‘Alleen als er “Ju...!!” geroepen werd, werden spel en strijd gestaakt. Dan kwam er een smeris om den hoek.’ Oo...

2020-01-02

juut, juto

(Bargoens) politieagent. Een klanknabootsend woord: naar het geluid van het fluitje dat agenten destijds hadden. Vgl. tuut. Onder Rotterdamse straatjongeren aan het begin van de twintigste eeuw was juten’ een bekende kwajongenskreet om oploopjes en relletjes aan te kondigen. Een politieagent stond toen, in de ogen van het publiek, ongeveer op de laagste sport van de maatschappelijke ladder. Bekend is het kinderversje: ‘Juut, juut, juut/ Daar komt een smeris aan/ op een hobbelpaard/d...

2020-01-02

adoot

(straatjeugd, begin twintigste eeuw) straatagent. Syn.: bout,jato, juut, kip, klabak, smeris. Elke stad heeft zijn bij- of scheldnamen voor den politieman: de ‘klabak’, de ‘diender’, de ‘smeris’, de ‘adoot’; en alle afdeelingen van het corps worden in deze benamingen verwerkt, zodat we den bereeden agent wel ‘knol-smeris’ hebben hooren noemen. De ‘tuf-adoot’ was de laatste vondst voor den agent, die op motorfiets of in een k...

2017-12-04

juutjes

juutjes - Zelfstandignaamwoord 1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord juut

2017-12-04

juutje

juutje - Zelfstandignaamwoord 1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord juut

2017-12-04

klabak

klabak - Zelfstandignaamwoord 1. (pejoratief) smeris, juut, politieagent Woordherkomst Wellicht van het bargoense kleb (Jiddisch kelew, hond), met het achtervoegsel -ak

2017-10-25

hapschaar

hapschaar - Zelfstandignaamwoord 1. (informeel) politieagent, smeris, juut Woordherkomst Ontleend aan het Franse happe-chair "agent die dieven aanhoudt" (een samenstelling van happer "vastpakken" en chair "vlees"). Synoniemen hapscheer

2020-01-02

kip in blik

(Bargoens) politieagent. De term dateert uit het midden van de twintigste eeuw. Geen beroep met zoveel bijnamen: de sterke arm in een Volkswagen Kevertje werd in de jaren vijftig al kip-in-blik genoemd. Een bekeurder was een ballenjatter. Het synoniemenwoordenboek geeft een indrukwekkend rijtje andere woorden voor ‘de kit’: smeris, juut, wout, diender, rakker, bout, glimmerik, klabak, sjouter, tuut. Niet bepaald vleiend. (De Telegraaf, 31/08/2002)

2017-12-04

juten

juten - Bijvoeglijk naamwoord 1. van jute vervaardigd Hij deed de aardappelen in een juten zak. juten - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord juut Woordherkomst Afgeleid van jute met het achtervoegsel -en

2019-02-11

luis

politieagent In deze betekenis in 1937 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, De Gabbertaal van E.G. van Bolhuis. Hij geeft als voorbeeldzin: ‘Deis je, een luis!’ • Woorden, waarvan de betekenis aan de mens onaangenaam is, worden vaak omschreven of een niet algemeen gangbare benaming ervoor in de plaats gesteld. Bijvoorbeeld [...] voor politie: smeris, juut, prinsemerei, klabak, luis. ¶ H. Dijkhuis, Vijftig dagen in een Jordaans kosthuis (1939), p. 37

2017-10-31

wetsdienaar

wetsdienaar - Zelfstandignaamwoord 1. (beroep) handhaver van de wet Ruim dertig jaar geleden maakte de VPRO de documentairereeks Donkere Wolken Boven het Paradijs, over het einde van de welvaartsstaat zoals we die toen dachten te kennen. Frank Wiering portretteerde in Ratten Jenny (1982) een Berlijns punkmeisje, een stuk ouder dan Julius en met een verleden, dat ze voor een deel in de gevangenis doorbracht, wegens mishandeling van een wetsdienaar...

2019-02-11

helm

politieagent In deze betekenis in 1946 voor het eerst aangetroffen, in een literaire tekst, maar zonder twijfel wordt helm al langer als bijnaam voor ‘politieagent’ gebruikt. Die bijnaam is ontleend aan de glimmende helm die politieagenten lang droegen. Hierover schreef A. Mineur in 1946 in Echt Rotterdamsch (p. 104): De blinkende helm, waarmede onze politie vroeger getooid was, beteekende een ware handicap bij de uitoefening van haar moeilijke taak en het komt ons thans onbeg...