Wat is de betekenis van Jurist?

2021
2021-06-21
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Jurist

Een jurist is een vakkundige in de rechtsgeleerdheid. Hij of zij heeft een academische opleiding in de rechtswetenschap afgerond en/of beoefent een functie in de rechtswetenschap. Diegene mag zich dan 'meester in de rechten' noemen. Jurist is een afgebakend beroep en tegelijkertijd een verzamelterm voor verschillende functies in de rechtswereld. Ee...

Lees verder
2019
2021-06-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

jurist

jurist - Zelfstandignaamwoord 1. (beroep), (juridisch) een deskundige op het gebied van rechtsleer Woordherkomst afgeleid van Latijnse 'ius' (recht) met het achtervoegsel -ist Synoniemen rechtsgeleerde Verwante begrippen advocaat, juridisch adviseur, appel, bodemprocedure, cassatie, eis, interpretatie, jurispru...

Lees verder
2018
2021-06-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

jurist

jurist - zelfstandig naamwoord uitspraak: ju-rist 1. iemand die rechten gestudeerd heeft ♢ wij hebben een jurist in de familie Zelfstandig naamwoord: ju-rist de jurist de juristen...

Lees verder
2016
2021-06-21
Rechtspraak

Begrippen in de rechtspraak

Jurist

Een rechtsgeleerd persoon, of iemand die juridisch werk doet. ‘Jurist’ is geen wettelijk beschermde titel.

1994
2021-06-21
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Jurist

[(Fr. juriste] rechtsgeleerde.

1993
2021-06-21
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Jurist

rechtsgeleerde

1981
2021-06-21
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Jurist

zie rechtswetenschap.

1973
2021-06-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

jurist

m. (-en), 1. rechtsgeleerde; 2. student in de rechtsgeleerdheid.

1955
2021-06-21
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Jurist

rechtsgeleerde

1950
2021-06-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Jurist

m. (-en), 1. rechtsgeleerde; 2. student in de rechtsgeleerdheid.

Lees verder
1898
2021-06-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Jurist

JURIST, m. (-en), rechtsgeleerde.