Juridisch
(<Lat.), bn. bwr., rechtsgeleerd, rechtskundig, overeenkomstig (de leer van) het recht, daaraan gemeten of daarmee in verband staand: een juridisch betoog; juridische gronden, bezwaren; van juridisch standpunt; juridisch redeneren; een juridische beslissing, over een rechtsvraag (tegenover een beslissing omtren...