Wat is de betekenis van Juridisch?

2021
2023-02-08
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Juridisch

Juridisch is een bijvoeglijk naamwoord waarmee aangegeven wordt dat een bepaald onderwerp een relatie heeft met het recht. Andere veelgebruikte synoniemen zijn rechtskundig en rechtsgeleerd. Ook geeft het een bepaalde kennis van iemand over het recht en zijn of haar functie aan: "hij is juridisch medewerker; zijn juridische kennis is dan ook uitmun...

Lees verder
2019
2023-02-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

juridisch

juridisch - Bijvoeglijk naamwoord 1. betrekking hebbend op het recht en de rechtsleer Hij is een juridisch expert. Verwante begrippen justitieel, judicieel

Lees verder
2018
2023-02-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

juridisch

juridisch - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ju-ri-dies 1. wat in een regel van de overheid is vastgelegd ♢ juridisch is hij niet in overtreding 2. wat verband houdt met het recht en de rechtspraak ...

Lees verder
1994
2023-02-08
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Juridisch

[Fr. juridique, van Lat. juridicus) rechtskundig (bijv. bijstand); rechterlijk, volgens het recht.

1993
2023-02-08
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Juridisch

(juridiek) rechtskundig

1973
2023-02-08
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

juridisch

[→Lat.], bn. en bw., rechtsgeleerd, rechtskundig, overeenkomstig (de leer van) het recht, daaraan gemeten of daarmee in verband staand: een — betoog; juridische gronden; van — standpunt; een juridische beslissing, over een rechtsvraag (tegenover een beslissing omtrent feitelijke vragen); de juridische faculteit, die van de rechtsge...

Lees verder
1951
2023-02-08
Duits woordenboek (DU-NL) 1951

Dr. H. W. J. Kroes

Juridisch

juridisch, volgens 't recht.

1950
2023-02-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Juridisch

(<Lat.), bn. bwr., rechtsgeleerd, rechtskundig, overeenkomstig (de leer van) het recht, daaraan gemeten of daarmee in verband staand: een juridisch betoog; juridische gronden, bezwaren; van juridisch standpunt; juridisch redeneren; een juridische beslissing, over een rechtsvraag (tegenover een beslissing omtren...

Lees verder
1948
2023-02-08
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

juridisch

rechtsgeleerd.

1930
2023-02-08
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

juridisch

(fu'ri:dis) bn. en bw. 1. rechtskundig, rechtsgeleerd : formeel -e gronden; redeneren. 2. met aanleg voor de rechtsgeleerdheid : een hoofd; een -e kop. 3. waar onderwijs gegeven wordt in het recht: de -e fakulteit.

Lees verder
1910
2023-02-08
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Juridisch

Juridisch - rechtskundig.

1908
2023-02-08
Zuiveraar

De kleine Zuiveraar

Juridisch

rechtsgeleerd.

1898
2023-02-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Juridisch

JURIDISCH, bn. bw. overeenkomstig de leer van het recht, rechtskundig: de juridische faculteit; een juridisch betoog; juridisch redeneeren.

1864
2023-02-08
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

juridisch

juridisch - bn. overeenkomstig de leer van het recht, rechtskundig