2019-12-05

Juist

Het begrip ‘juist’ gaat terug op het Latijnse ius en iustum dat recht of rechtvaardig betekent. We zien dezelfde etymologische band in het Duits en in het Engels waar ‘richtig’ en ‘right’ teruggaan op rectus en dus dezelfde etymologische oorsprong hebben als het begrip ‘recht’ en de hiervan afgeleide termen. Het adjectief rectus dat overeenkomt met het Griekse orthos betekent letterlijk onder andere ‘recht’, ‘rechtop’, ‘ongebogen’, in overdrachtelijke zin onder andere...

2019-12-05

Juist

de -e man op de juiste plaats cliché gebruikt m.b.t. de meest geschikte persoon op wie men op een bepaalde plaats en op een bepaald tijdstip een beroep kan doen. Vgl. Engels the right man on the rightplace. Vanouds is hij een man van de details, maar aan de absolute top moet Jan Kalffhet veelal stellen met een A4’tje. Hij wil de juiste mensen op de juiste plaats en gebruikt daarom het benoemingsbeleid als wapen. (Elsevier, 21/12/96)

2019-12-05

juist

juist - Bijvoeglijk naamwoord 1. zoals het moet, waar Momenteel is bijna een kwart van de diagnoses die gesteld worden bij patiënten die nog leven, niet juist. juist - Bijwoord 1. daarnet, daarstraks, zopas, net, zo-even, zojuist, zonet.

2019-12-05

juist

juist - bijwoord 1. nog maar korte tijd (geleden) ♢ oma is juist gearriveerd 2. in tegenstelling tot wat je zou denken ♢ ik vind witlof niet vies, maar juist lekker Bijwoord: juist Synoniemen daarnet, laatst, nauwelijks, net, onlangs, pas, recentelijk, zo-even, zojuist Tegenstellingen al, reeds

2019-12-05

Juist

JUIST, bn. bw. (-er, meest-), nauwkeurig, zooals het moet zijn, precies : de juiste maat; eene juiste uitspraak; het juiste antwoord; juist geraden; dat komt juist van pas; hij komt juist op tijd; — hij kwam juist toen wij weggingen, op hetzelfde oogenblik; — ik ben er niet geweest. — Ik juist ook niet. rouwens; — dat weet ik juist niet, alles weet ik, maar juist dit weet ik niet. JUISTHEID, v.

2019-12-05

Juist

Juist - (uitspr.: juust), een der Oost-Friesche (Duitsche) eilanden; 350 inw.; jaarlijks ± 7000 badgasten.

2019-12-05

Juist

Zeebadplaats, behoorende tot de Oost-Friesche eilanden (IX 576 B 2). Opp. 16,8 km2, ca 1.200 inw.; jaarlijks ca. 11.000 badgasten.