Synoniemen van Judas

2019-10-18

Judas

Judas, de discipel die Jezus verraadde en uitleverde aan zijn moordenaars; (fig.) verrader, valsaard; (fig.) soort boender. Judassen, treiteren; beuken, tekeergaan; de judas-‘boender’ hanteren. Meer dan welke bijbelse figuur ook, is Judas, ook wel Judas Iskariot genoemd ter onderscheiding van andere personen met die naam, het symbool geworden voor de slechte, verdorven mens: hij, een van Jezus’ volgelingen, verraadde zijn meester voor eigen gewin. De vloek wordt al door Jezus over hem uit...

2019-10-18

Judas

Judas Iskariot was een apostel van Christus. Het was geen prettige man, zo blijkt uit de bijbel. Hij was krenterig, hebberig en oneerlijk. Hij stal uit de kas van de andere apostelen. Maar zijn ergste vergrijp was het verraad van zijn geestelijk leider. De joodse priesters en geleerden die zich van Christus wilden ontdoen, verleidden Judas door hem een beloning van 30 zilverlingen in het vooruitzicht te stellen. Daarop vertelde Judas waar ze Jezus konden vinden.

2019-10-18

Judas

Judas - Eigennaam 1. (mannelijke naam) jongensnaam

2019-10-18

judas

judas - zelfstandig naamwoord uitspraak: ju-das 1. verraderlijk, onbetrouwbaar mens ♢ met die judas in de buurt zou ik mijn mond maar houden Zelfstandig naamwoord: ju-das de judas de judassen het judasje

2019-10-18

Judas

Griekse vorm van Juda

2019-10-18

Judas

JUDAS, m. (-sen); (fig.) verraderlijk mensch, valsche vriend; kweller, plager : die jongen is een judas.

2019-10-18

Judas

Onder dezen naam vermelden wij: Judas Maccabaeus, een zoon van den Israëlietischen hoogepriester Mattathias Hij stond na den dood zijns vaders aan het hoofd der vrijheidlievende Israëlieten, die oorlog voerden tegen den Syrischen koning Antiochus Epíphanes en zijne opvolgers. Te beginnen met het jaar 166 vóór Chr. versloeg hij de Syrische veldheeren Gorgias, Lysias en Nicanor en stond op het punt om een verbond te sluiten met de Romeinen, toen een groot leger der Syriërs hem noodzaakte tot...

2019-10-18

Judas

Judas - (Hebr.: geprezene, naar zijn geboorteplaats bijgenaamd Iskarioth, d. i. man van Karioth), een der 12 apostelen van Jezus, was belast met het beheer der kas, maakte, gedreven door hebzucht, misbruik van het in hem gestelde vertrouwen ; ten slotte verried hij zijn meester voor 30 zilverlingen aan den Joodschen raad; kort daarop maakte hij, door onrust gekweld, een einde aan zijn leven. Het verhaal van zijn dood verschilt bij Mattheus 27 : 3, Hand. 1:18, en bij Papias. Mattheus 26 :14—47...

2019-10-18

Judas

Zoon van den Maccabeër Simon, met zijn vader bij een gastmaal vermoord (1 Mac. 16.2-16).

2019-10-18

Judas

Judas - m., verrader; „judaskus” : verraderlijke kus; „judashaar” : rood haar.

2019-10-18

Judas

m. verrader, plager; ~haar, o. rood, roodachtig, rossig haar; ~kus, v. verraderlijke kus.