Wat is de betekenis van Jubeljaar?

2020
2021-01-20
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

jubeljaar

Het begrip jubeljaar heeft 4 verschillende betekenissen: 1) joods heilig jaar om de vijftig jaar. jaar dat volgens de joodse wet eens in de vijftig jaar gevierd moet worden na zeven sabbatcycli van zeven jaar, en dat in het teken staat van verzoening, kwijtschelding van schulden en invrijheidstelling van slaven; heilig jaar na elk zevende sa...

Lees verder
2019
2021-01-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

jubeljaar

jubeljaar - Zelfstandignaamwoord 1. (Jiddisch-Hebreeuws) joveel, elk vijftigste jaar, waarin volgens de Bijbel (Lev. 25) schulden werden kwijtgescholden en land weer in het bezit van de oorspronkelijke eigenaar kwam 2. (religie) (rooms-katholiek) Heilig Jaar, elk vijfentwintigste jaar, waarin gelovigen vergeving voor al hun zon...

Lees verder
2004
2021-01-20
Ikonen Lexicon

Geschreven door Karin Braamhorst, 2004

Jubeljaar

Jubeljaar is de benaming van het jaar dat volgt op elk zevende sabbatjaar, dat is dus elk vijftigste jaar. De naam is afkomstig van het Hebreeuwse woord ‘jobel’, dat ram (-shoorn) betekent. Volgens Leviticus 25 moest dit jaar worden aangekondigd door op de Grote Verzoendag op de ramshoorn te blazen. In dat jaar moest een aantal sociaal-economische...

Lees verder
2000
2021-01-20
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Jubeljaar

Jubeljaar, binnen de joodse wetgeving: elk vijftigste jaar, waarin een algehele verzoening plaatsvond, schuld werd kwijtgescholden en slaven in vrijheid gesteld; in de rooms-katholieke kerk: elk vijfentwintigste of vijftigste jaar waarin men volledige aflaat kan krijgen en waarin bepaalde feestelijkheden plaatsvinden, recentelijk, ook in andere ker...

Lees verder
1993
2021-01-20
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Jubeljaar

jaar met bijzondere geestelijke gunsten, om de 25 jaar voorkomend (r.k.); het vijftigste jaar van de bebouwing van een akker (bij de oude Israëlieten)

1982
2021-01-20
De Tale Kanaans

J. van Delden

jubeljaar

heilig jaar (naar Hebr. jobel = ramshoren), aangekondigd door het blazen op de bazuin (ramshoorn). Het was elk vijftigste jaar.

1973
2021-01-20
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

jubeljaar

[→Hebr. jobel, ramshoorn, waarop men blies om het jaar in te luiden], o. (-jaren), 1. bij de oude Israëlieten het jaar dat volgde op zeven jaarweken, telkens elk 50e jaar, volgens het voorschrift van Lev.25 (e); 2. (ook: jubilee) in de Rooms-Katholieke Kerk sinds 1300 het →heilig jaar of het jaar (van Kerstmis tot Kerstmis) waarin e...

Lees verder
1955
2021-01-20
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

JUBELJAAR

zie Heilig jaar.

1949
2021-01-20
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Jubeljaar

volgens Lev. 25 gold in Israël elk 50e jaar als ]., ingeluid door blazen op de ramshoorn (Hebr. jobel). Het J. eiste vrijlating van allen, die door schuld in dienstbaarheid waren geraakt en terugkeer vnl. van alle grondbezit tot de oorspronkelijke eigenaars. Aan de betreffende bepalingen, tijdens de ballingschap te boek gesteld, is niet de han...

Lees verder
1933
2021-01-20
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Jubeljaar

(➝ Hebr. jobel = trompet). Volgens de Wet van Moses (Lev. 25.8-55; Num. 36.4) moest elk 50e jaar op bijzondere wijze geheiligd zijn. Het begon op den Verzoendag van het ➝ Sabbatjaar. Voor dit jaar golden alle bepalingen van het Sabbatjaar. Bovendien kwamen alle verkochte of verpande akkers en huizen op het land (in de steden ook de huizen der prie...

Lees verder
1926
2021-01-20
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Jubeljaar

Na verloop van zeven maal zeven jaren, derhalve in aansluiting aan het pas geëindigd sabbathjaar, moest het jubeljaar worden gevierd (Lev. 25 : 8—22). In Ezech. 46 :17 wordt het vrijjaar genoemd en in Jerem. 34 : 8 en 15 wordt gesproken van het vrijheid uitroepen. Naar den eenvoudigen zin van de instelling medegedeeld in Leviticus 25 bli...

Lees verder
1916
2021-01-20
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Jubeljaar

Jubeljaar - (van Hebr. jôbêl = ramshoren, omdat het J. door blazen op een ramshoren = bazuin werd aangekondigd). De Israëlietische wet wil, dat, evenals na 6 werkdagen een sabbat (rustdag) aanbreekt, zoo ook na 6 werkjaren een „sabbatjaar” zal zijn. Dan moet niet worden geploegd en geoogst, maar men eet van wat het land vanzelf opbrengt als gemeens...

Lees verder
1898
2021-01-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Jubeljaar

JUBELJAAR, o. (...jaren), jaar, waarin een jubelfeest valt; — (bij de oude Israëlieten) het vijftigste jaar van de bebouwing eens akkers, wanneer de velden onbebouwd moesten blijven, de lijfeigenen hunne vrijheid kregen en de vervreemde goederen weder tot den eigenaar terugkeerden; — (R. K.) ’t eerste jaar eener nieuwe eeuw;...

Lees verder
1870
2021-01-20
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Jubeljaar

Zoo noemde men bij de Israëlieten in Kanaan een feestelijk jaar, dat telkens na 7 maal 7 jaren aanbrak, — alzoo steeds het vijftigste jaar. Het werd door bazuingeklank (Jobel) aangekondigd en ontleende hieraan zijn naam. Dan stond alle veldarbeid stil, en alle landen keerden zonder losprijs tot de oorspronkelijke eigenaars terug, terwijl ook de sla...

Lees verder