Synoniemen van jou

2019-11-16

jou

jou - Persoonlijk voornaamwoord 1. tweede persoon enkelvoud accusatief (datief) informeel Hij heeft jou gezien (lijdend voorwerp). Hij heeft jou dit gegeven (meewerkend voorwerp''). Hij heeft achter jou gelopen'' (na voorzetsel). jou - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jouen

2019-11-16

Jou

Friese naam. Uit Ywe, Ive; zie Ive en vergelijk Juk. Volgens W. de Vries (1952, 40) is ook *Gewa; jeva; jowa, iouwa mogelijk.

2019-11-16

jou

jou - voornaamwoord 1. tweede persoon enkelvoud, object ♢ ik heb jou iets te vertellen Voornaamwoord: jou Synoniemen je

2019-11-16

Jou

JOU, pers. vnw. (gemeenz.) u.